Woordenschat
232 woorden · pagina 1 van 10
de daadkrachtB2
decisiveness, drive
Het plan vraagt om daadkracht.
daarA1
there
Daar staat mijn fiets.
daar ben ik het mee eensB2
I agree with that
Daar ben ik het helemaal mee eens.
daar ben ik het niet mee eensB2
I disagree with that
Daar ben ik het niet mee eens, en wel hierom.
daardoorB1
because of that, as a result
De trein had vertraging, daardoor kwam ik te laat.
daarentegenB2
in contrast, by contrast
Hij werkt langzaam; zij daarentegen is heel snel.
daarnaA1
after that
Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.
daarnaastA2
in addition
Daarnaast volg ik een cursus.
daaromA1
therefore
Het regende, daarom bleef ik thuis.
de dagA1
day
Elke dag ga ik naar mijn werk.
hello; bye
Dag mevrouw, kan ik u helpen?
de dagbestedingB2
day activity programme
Hij gaat drie dagen per week naar de dagbesteding.
het dagbladB2
daily newspaper
Het dagblad verschijnt zes keer per week.
het dagelijksA1
daily
Ik oefen dagelijks een half uur.
het dakA2
roof
Het dak lekt bij zware regen.
de dakconstructieB2
roof structure
De dakconstructie moet vernieuwd worden.
de dakloosheidB2
homelessness
Dakloosheid neemt ook onder jongeren toe.
het dalB2
valley
In het dal is het warmer.
dalenB1
daalde · zijn gedaald
to fall, to go down
De prijs van benzine is deze maand gedaald.
de dalingB2
decline, drop
Na de piek volgde een scherpe daling.
de dameA2
lady
De dame achter de balie helpt u graag verder.
danA1
then
Eerst eten, dan afwassen.
dankbaarB2
grateful
Ik ben je heel dankbaar voor je hulp.
de dankbaarheidB2
gratitude
Hij sprak zijn dankbaarheid uit.
dankenB1
dankte · hebben gedankt
to thank; to owe (to)
Ik wil iedereen danken voor de hulp bij de verhuizing.
dankjewelA1
thank you
Dankjewel voor je hulp.

