EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

212 woorden · pagina 1 van 9

  • daadkrachtB2

    decisiveness, drive

    Het plan vraagt om daadkracht.

  • daarA1

    there

    Daar staat mijn fiets.

  • daar ben ik het mee eensB2

    I agree with that

    Daar ben ik het helemaal mee eens.

  • daar ben ik het niet mee eensB2

    I disagree with that

    Daar ben ik het niet mee eens, en wel hierom.

  • daarentegenB2

    on the other hand

    Hij werkt langzaam; zij daarentegen is heel snel.

  • daarnaA2

    after that

    Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.

  • daarnaastA2

    in addition

    Daarnaast volg ik een cursus.

  • daaromA2

    therefore

    Het regende, daarom bleef ik thuis.

  • dagA1

    day

    Elke dag ga ik naar mijn werk.

  • dagbestedingB2

    day activity programme

    Hij gaat drie dagen per week naar de dagbesteding.

  • dagbladB2

    daily newspaper

    Het dagblad verschijnt zes keer per week.

  • dagelijksA1

    daily

    Ik oefen dagelijks een half uur.

  • dakA2

    roof

    Het dak lekt bij zware regen.

  • dakconstructieB2

    roof structure

    De dakconstructie moet vernieuwd worden.

  • dakloosheidB2

    homelessness

    Dakloosheid neemt ook onder jongeren toe.

  • dalB2

    valley

    In het dal is het warmer.

  • dalingB2

    decline, drop

    Na de piek volgde een scherpe daling.

  • danA1

    then

    Eerst eten, dan afwassen.

  • dankbaarB2

    grateful

    Ik ben je heel dankbaar voor je hulp.

  • dankbaarheidB2

    gratitude

    Hij sprak zijn dankbaarheid uit.

  • dankjewelA1

    thank you

    Dankjewel voor je hulp.

  • dansenA2

    to dance

    Op het feest werd er gedanst.

  • darmB2

    intestine

    Vezels zijn goed voor de darmen.

  • dat is waarB2

    that's true

    Dat is waar, daar had ik niet aan gedacht.

  • dat kloptB2

    that's right

    Dat klopt, ik heb het zelf gezien.