Woordenschat
106 woorden · pagina 1 van 5
achterdeurA1
back door
Via de achterdeur kom je in de tuin.
appartementA2
flat, apartment
Zij huurt een klein appartement.
badkamerA1
bathroom
De badkamer is boven.
badkuipA2
bathtub
In deze badkamer staat geen badkuip.
balkonA2
balcony
Op het balkon staan planten.
bedA1
bed
Ik ga vroeg naar bed.
belA1
doorbell
De bel doet het niet.
bergruimteA2
storage space
Er is weinig bergruimte in dit appartement.
borgA2
deposit
De borg krijg je later terug.
brievenbusA1
letterbox
Er zit post in de brievenbus.
buitenlampA1
outdoor light
De buitenlamp gaat automatisch aan.
buitenruimteA2
outdoor space
De woning heeft geen buitenruimte.
burenA2
neighbours
Onze buren zijn erg vriendelijk.
dakA2
roof
Het dak lekt bij zware regen.
dekbedA1
duvet
In de winter gebruik ik een dik dekbed.
deurA1
door
Doe je de deur even dicht?
deurmatA2
doormat
Veeg je voeten op de deurmat.
doucheA1
shower
Ik neem 's ochtends een douche.
drempelA1
threshold, doorstep
Pas op voor de drempel bij de deur.
dweilenA2
to mop
De vloer moet nog gedweild worden.
elektriciteitA2
electricity
De elektriciteit is vanochtend uitgevallen.
energielabelA2
energy label
Dit huis heeft energielabel C.
gangA1
hallway
Zet je schoenen in de gang.
garageA1
garage
De fiets staat in de garage.
geluidsoverlastA2
noise nuisance
We hebben veel geluidsoverlast van de buren.

