Woordenschat
634 woorden · pagina 1 van 26
aanbiedenA2scheidbaaronregelmatig
bood aan · boden aan · hebben aangeboden
to offer
Zij bood aan om te helpen.
aandringenB1scheidbaaronregelmatig
drong aan · drongen aan · hebben aangedrongen
to insist
Hij bleef aandringen op een antwoord.
aangevenB1scheidbaaronregelmatig
gaf aan · gaven aan · hebben aangegeven
to indicate; to report
Geef op het formulier aan of u allergieën heeft.
aanhalenB2scheidbaar
haalde aan · hebben aangehaald
to cite, to quote
De auteur haalt meerdere onderzoeken aan.
zich aankledenA2scheidbaarwederkerend
kleedde aan · hebben aangekleed
to get dressed
Ik kleed me snel aan en ga naar mijn werk.
aankomenA2scheidbaaronregelmatig
kwam aan · kwamen aan · zijn aangekomen
to arrive
Wij komen om acht uur aan.
to put on weight
Sinds de winter is hij vijf kilo aangekomen.
aankondigenB2scheidbaar
kondigde aan · hebben aangekondigd
to announce
De gemeente kondigde nieuwe regels aan.
zich aanmeldenB1scheidbaarwederkerend
meldde aan · hebben aangemeld
to register, to sign up
U kunt zich online aanmelden.
aannemenB1scheidbaaronregelmatig
nam aan · namen aan · hebben aangenomen
to hire; to accept; to assume
Het bedrijf neemt dit jaar tien nieuwe mensen aan.
to assume, to suppose
Ik neem aan dat je morgen ook komt.
aanpassenA2scheidbaar
paste aan · hebben aangepast
to adjust, to adapt (something)
We passen het rooster aan de vakantie aan.
zich aanpassenwederkerend
to adapt (oneself), to adjust
Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.
aanradenB1scheidbaaronregelmatig
raadde aan · raadden aan · hebben aangeraden
to recommend
Ik raad je aan om vroeg te komen.
aanrakenA2scheidbaar
raakte aan · hebben aangeraakt
to touch
Raak de hete pan niet aan.
aanschuivenB2scheidbaaronregelmatig
schoof aan · schoven aan · zijn aangeschoven
to join in (at table)
Schuif gerust aan, er is genoeg.
zich aansluitenB2scheidbaarwederkerendonregelmatig
sloot aan · sloten aan · hebben aangesloten
to join
Wil je je bij onze groep aansluiten?
aansprekenB1scheidbaaronregelmatig
sprak aan · spraken aan · hebben aangesproken
to address, to speak to
Ik durfde hem er niet op aan te spreken.
aansturenB1scheidbaar
stuurde aan · hebben aangestuurd
to manage, to lead
Zij stuurt een team van acht mensen aan.
aantonenB2scheidbaar
toonde aan · hebben aangetoond
to demonstrate, to prove
Het onderzoek toont aan dat de aanpak werkt.
aanvaardenB2
aanvaardde · hebben aanvaard
to accept
Zij aanvaardde de uitslag zonder protest.
aanvoelenB2scheidbaar
voelde aan · hebben aangevoeld
to sense
Zij voelde meteen aan dat er iets mis was.
aanvragenB1scheidbaaronregelmatig
vroeg aan · vroegen aan · hebben aangevraagd
to apply for
Je kunt de toeslag online aanvragen.
aanvullenB1scheidbaar
vulde aan · hebben aangevuld
to add to, to supplement
Wil iemand dat nog aanvullen?
aarzelenB2
aarzelde · hebben geaarzeld
to hesitate
Hij aarzelde voordat hij antwoordde.
accepterenB1
accepteerde · hebben geaccepteerd
to accept (an offer, a situation)
Ik heb het aanbod van mijn nieuwe werkgever geaccepteerd.
ademenB1
ademde · hebben geademd
to breathe
Probeer rustig te ademen.
adviserenB2
adviseerde · hebben geadviseerd
to advise
Ik adviseer je eerst te bellen.

