Vocabulary
7809 words · page 95 of 313
het glasA1
glass
Mag ik een glas water?
glass (the material)
De deur van de keuken is van hout en glas.
de glasbakB2
bottle bank
De glasbak staat om de hoek.
de glasvezelB2
fibre optic
Het dorp krijgt eindelijk glasvezel.
glazenB1
glass (made of glass)
De glazen deur van de winkel ging vanzelf open.
de gletsjerB2
glacier
De gletsjers smelten in hoog tempo.
glijdenB2irregular
gleed · gleden · zijn gegleden
to slide, to slip
Op het natte blad gleed de fietser uit.
de glimlachB2
smile
Met een glimlach kom je een heel eind.
glimlachenA2
glimlachte · hebben geglimlacht
to smile
Ze glimlachte vriendelijk toen ze me zag.
glimmenB2irregular
glom · glommen · hebben geglommen
to gleam, to shine
Zijn nieuwe schoenen glimmen in de zon.
glippenB2
glipte · zijn geglipt
to slip
Het glas glipte uit haar handen.
globaalB1
rough, general (overview)
Kun je globaal vertellen waar het boek over gaat?
gloeienB2
gloeide · hebben gegloeid
to glow
De kolen in de barbecue gloeien nog na.
glutenvrijB2
gluten-free
Dit brood is glutenvrij.
de godB1
god, God
In Nederland zijn veel mensen niet meer in God gelovig.
goddelijkB1
divine
Die chocoladetaart van je moeder is goddelijk!
de godsdienstB2
religion
Vrijheid van godsdienst staat in de grondwet.
goedA1
good
Het gaat goed met mij.
de goededoelenorganisatieB2
charitable organisation
De goededoelenorganisatie legt jaarlijks verantwoording af.
goedemorgenA1
good morning
Goedemorgen, komt u binnen.
de goedenavondA1
good evening
Goedenavond, komt u binnen.
de goedendagA1
good day
Goedendag, waarmee kan ik u helpen?
de goederenB2
goods
Via de haven van Rotterdam worden veel goederen vervoerd.
goedkeurenB1separable
keurde goed · hebben goedgekeurd
to approve
De directeur heeft het plan goedgekeurd.
de goedkeuringB1
approval
Voor deze aankoop heb je de goedkeuring van je manager nodig.
goedkoopA2
cheap
Deze winkel is vrij goedkoop.

