Vocabulary
7809 words · page 83 of 313
frustrerenB1
frustreerde · hebben gefrustreerd
to frustrate
Het frustreert me dat de computer steeds vastloopt.
de functieA2
position, role
In welke functie werk je?
de functie-eisB2
job requirement
Een rijbewijs is een harde functie-eis.
het functiegesprekB1
appraisal interview
Volgende week heb ik mijn functiegesprek.
de functieomschrijvingB1
job description
Lees de functieomschrijving goed door.
het functieprofielB1
job profile
Het functieprofiel staat in de vacature.
de functietitelA2
job title
Wat is je functietitel precies?
functioneelB2
functional
De keuken is klein maar heel functioneel.
functionerenB1
functioneerde · hebben gefunctioneerd
to perform, to function
Hij functioneert goed in het team.
het functioneringsgesprekB2
performance review
Het functioneringsgesprek is één keer per jaar.
fundamenteelB1
fundamental
Vrijheid van meningsuiting is een fundamenteel recht.
de funderingB2
foundation
De fundering van het huis verzakt.
fungerenB1
fungeerde · hebben gefungeerd
to function, to act (as)
De oude school fungeert nu als buurthuis.
fuserenB2
fuseerde · zijn gefuseerd
to merge
De twee scholen gaan fuseren.
de fusieB2
merger
Na de fusie van de twee banken verdwenen veel banen.
fysiekB2
physical
Dit werk in de bouw is fysiek erg zwaar.
de fysiotherapieB2
physiotherapy
Na de operatie kreeg hij fysiotherapie.
gaafB2
cool, great (informal); intact
Wat een gaaf idee om samen te koken!
gaanA1irregular
ging · gingen · zijn gegaan
to go
Ik ga morgen naar Amsterdam.
het gaatjeB2
cavity
Er zit een gaatje in mijn kies.
de galerijB2
external access balcony
Alle voordeuren komen uit op de galerij.
gamenA2
gamede · hebben gegamed
to game, to play video games
Mijn broer gamet elke avond tot laat.
de gangA1
hallway
Zet je schoenen in de gang.
de gansB1
goose
Ganzen vreten het gras van de boeren op.
gapenB2
gaapte · hebben gegaapt
to yawn
Halverwege de lezing begon hij te gapen.

