Vocabulary
6551 words · page 42 of 263
de chauffeurA2
driver
Vraag het even aan de chauffeur.
checkenA2
checkte · hebben gecheckt
to check (informal)
Check even of de deur op slot is.
de chefB1
boss (at work)
Mijn chef vindt het goed dat ik eerder ga.
head chef
De chef van het restaurant maakt zelf de soep.
chemischB1
chemical
Bij de fabriek kwamen chemische stoffen in het water.
chemische reactieB2
chemical reaction
Bij deze chemische reactie komt warmte vrij.
chippenB2
chipte · hebben gechipt
to microchip
Elke hond moet gechipt zijn.
de chirurgB2
surgeon
De chirurg legde de ingreep uit.
de chocoladeA1
chocolate
Zij houdt van donkere chocolade.
de christenB1
Christian
Mijn buurman is christen en gaat elke zondag naar de kerk.
het christendomB2
Christianity
Het christendom is in Nederland lang de grootste godsdienst geweest.
chronischB2
chronic
Zij heeft een chronische aandoening.
het cijferB1
grade, mark
Ik heb een goed cijfer gehaald.
de cijferlijstA2
list of grades
Op de cijferlijst staan al je resultaten.
circaB1
approximately, circa
De reparatie duurt circa twee weken.
circulairB2
circular
In een circulaire economie wordt bijna alles hergebruikt.
circulaire economieB2
circular economy
In een circulaire economie bestaat afval niet.
het circusA2
circus
Het circus komt volgende week naar onze stad.
het cirkeldiagramB2
pie chart
In het cirkeldiagram is elk deel een categorie.
cirkelenB2
cirkelde · hebben gecirkeld
to circle
Een vogel cirkelt hoog boven het veld.
het citaatB2
quotation
Het artikel begint met een citaat van een docent.
citerenB2
citeerde · hebben geciteerd
to quote
De journalist citeert de burgemeester in zijn artikel.
de citroenA1
lemon
Doe wat citroen in het water.
claimenB2
claimde · hebben geclaimd
to claim
Je kunt de schade claimen bij de verzekering.
de clickbaitB2
clickbait
Die kop is puur clickbait.
de cliëntB1
client
De cliënten van de thuiszorg krijgen elke dag hulp.

