Vocabulary
6551 words · page 30 of 263
de beweringB2
claim, assertion
Die bewering wordt niet door cijfers gesteund.
bewerkenB1
bewerkte · hebben bewerkt
to edit, to process
Je kunt de foto bewerken voordat je hem plaatst.
het bewijsB1
proof, evidence
Bewaar het bewijs van betaling.
het bewijsmateriaalB2
evidence
Het bewijsmateriaal was te dun.
bewijzenB1irregular
bewees · bewezen · hebben bewezen
to prove
De politie kan niet bewijzen dat hij de dief is.
het bewindB2
rule, government; administration
Onder het nieuwe bewind veranderde er weinig.
de bewolkingB2
cloud cover
In de middag neemt de bewolking toe.
bewonderenB2
bewonderde · hebben bewonderd
to admire
Ik bewonder zijn doorzettingsvermogen.
de bewonderingB2
admiration
Ik heb veel bewondering voor haar doorzettingsvermogen.
de bewonerA2
resident, occupant
Elke bewoner krijgt een sleutel van de fietsenberging.
de bewonersverenigingB2
residents' association
De bewonersvereniging vergadert twee keer per jaar.
bewustB1
aware, conscious; deliberate
Ik eet de laatste tijd bewuster en gezonder.
het bewustzijnB1
consciousness; awareness
Na de val was hij even zijn bewustzijn kwijt.
de bezemA1
broom
Pak even de bezem.
bezetA1
occupied, taken
Deze plaats is bezet.
bezettenB1
bezette · hebben bezet
to occupy
Studenten bezetten het gebouw uit protest.
de bezettingB2
occupation (wartime)
De bezetting duurde vijf jaar.
staffing (level)
Door de lage bezetting moet u vandaag langer wachten.
de bezienswaardigheidB1
sight, attraction
De grachten zijn de bekendste bezienswaardigheid.
bezigA1
busy (doing something)
Ik ben nu even bezig.
zich bezighoudenB1separablereflexiveirregular
hield bezig · hielden bezig · hebben beziggehouden
to be occupied with, to deal with
Zij houdt zich bezig met vrijwilligerswerk.
bezittenB1irregular
bezat · bezaten · hebben bezeten
to own, to possess
Mijn ouders bezitten een klein huis aan zee.
de bezittingB2
possession, belonging
Bij de brand verloren ze al hun bezittingen.
het bezoekA1
visit, visitors
We krijgen vanavond bezoek.
bezoekenA2irregular
bezocht · bezochten · hebben bezocht
to visit
We bezoeken zondag mijn ouders.
de bezoekerA2
visitor
Elke bezoeker krijgt bij de ingang een plattegrond.

