Vocabulary
7809 words · page 287 of 313
vooroverB2
forward (bending)
Hij boog voorover om zijn veter te strikken.
de voorraadA2
stock
We hebben het niet meer op voorraad.
het voorraadbeheerB2
stock management
Goed voorraadbeheer voorkomt verspilling.
de voorraadkastA2
pantry
Het meel staat in de voorraadkast.
de voorrangB1
right of way
Fietsers hebben hier voorrang.
de voorrangswegB2
priority road
Dit is een voorrangsweg, dus je moet wachten.
voorschrijvenB1separableirregular
schreef voor · schreven voor · hebben voorgeschreven
to prescribe
De huisarts heeft mij antibiotica voorgeschreven.
voorspellenB1
voorspelde · hebben voorspeld
to predict, to forecast
De weerman voorspelt voor morgen veel regen.
de voorsprongB2
lead, head start
Na de rust had het thuisteam een voorsprong van twee doelpunten.
de voorstanderB2
supporter, advocate
Ik ben een voorstander van meer fietspaden.
het voorstelB1
proposal, suggestion
Ik heb een voorstel voor ons volgende uitje.
voorstellenB1separable
stelde voor · hebben voorgesteld
to propose, to suggest
Mag ik een andere datum voorstellen?
to introduce; to imagine (zich voorstellen)
Mag ik me even voorstellen? Ik ben Sara.
de voorstellingB1
performance
De voorstelling begint om acht uur.
voortaanA2
from now on
Voortaan doen we het anders.
voortdurenB2separable
duurde voort · hebben voortgeduurd
to continue, to last
De staking duurt nog de hele week voort.
voortdurendB2
constant, continual
De buren maken voortdurend ruzie over de schutting.
de voortgangB2
progress
Je kunt je voortgang online volgen.
voortkomenB1separableirregular
kwam voort · kwamen voort · zijn voortgekomen
to result from, to arise from
Uit het onderzoek komen drie nieuwe ideeën voort.
voortsB2
furthermore
Voorts vragen wij aandacht voor het budget.
voortzettenB1separable
zette voort · hebben voortgezet
to continue
Na de pauze zetten we de vergadering voort.
vooruitA2
forward, ahead
Met je Nederlands ga je echt vooruit, goed zo!
de vooruitgangB1
progress (development)
Er is veel vooruitgang geboekt in de zorg.
het vooruitzichtB2
prospect, outlook
Het vooruitzicht van een nieuwe baan maakte hem blij.
het voorvalB1
occurrence, incident
De politie onderzoekt het voorval bij het station.
de voorverkoopB2
advance sale
In de voorverkoop is het goedkoper.

