Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

7085 words · page 280 of 284

  • zijnA1irregular

    was · waren · zijn geweest

    to be

    Ik ben blij dat je er bent.


    his

    Peter pakt zijn jas en loopt naar buiten.

  • het zilverB1

    silver

    Deze ring is van echt zilver.

  • de zinA2

    sentence

    Schrijf een zin met het woord 'huis'.


    desire, feeling like (zin hebben)

    Ik heb geen zin om vandaag te koken.

  • zingenA2irregular

    zong · zongen · hebben gezongen

    to sing

    Op verjaardagen zingen we een lied.

  • zinkenB2irregular

    zonk · zonken · zijn gezonken

    to sink

    Het oude schip zonk in de storm.

  • zinloosB1

    pointless

    Verder discussiëren was zinloos.

  • de zinsbouwB2

    sentence structure

    Zijn zinsbouw verraadt zijn moedertaal.

  • zinvolB1

    meaningful

    Vrijwilligerswerk voelt zinvol.

  • zittenA1irregular

    zat · zaten · hebben gezeten

    to sit

    Zij zit op de bank.


    to be (in or inside something)

    De sleutels zitten in de zak van mijn jas.

  • zittenblijvenB2separableirregular

    bleef zitten · bleven zitten · zijn blijven zitten

    to repeat a year

    Zittenblijven helpt niet altijd.

  • de zittingB1

    session, hearing; seat

    De rechter opende de zitting om tien uur.

  • zoA1

    so, like this

    Doe het zo.

  • zo'nA2

    such a; about (approx.)

    Ik wil ook zo'n fiets met een mand voorop.

  • zoalsA2

    as, like

    Zoals je weet, zijn wij morgen gesloten.

  • zodanigB1

    such, in such a way

    Hij was zodanig ziek dat hij niet kon werken.

  • zodatB1

    so that (result)

    Schrijf duidelijk, zodat iedereen het begrijpt.

  • zodoendeB1

    in that way, thus

    Hij mist veel lessen en blijft zodoende achter.

  • zodraA2

    as soon as

    Ik bel je zodra ik thuis ben.

  • zoekenA1irregular

    zocht · zochten · hebben gezocht

    to look for

    Ik zoek mijn sleutels.

  • de zoekopdrachtB2

    search query

    Verfijn je zoekopdracht met een extra woord.

  • de zoektochtB1

    search, quest

    Na een lange zoektocht vond ze eindelijk een huis.

  • zoetA2

    sweet

    Deze appel is heel zoet.


    fresh (of water)

    In de sloot staat zoet water, geen zeewater.

  • zogenaamdB1

    so-called; supposedly

    Hij was zogenaamd ziek, maar ging naar het strand.

  • zoietsA2

    something like that

    Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.

  • zojuistB1

    just now

    Ik heb zojuist uw mail ontvangen.