Vocabulary
7085 words · page 268 of 284
de weersvoorspellingB2
weather forecast
De weersvoorspelling klopte niet.
het weerwoordB2
rejoinder, reply
Hij had geen weerwoord op die kritiek.
de wegA1
road, way
Deze weg gaat naar het centrum.
het wegdekB2
road surface
Het wegdek is glad bij regen.
wegenA2irregular
woog · wogen · hebben gewogen
to weigh
De verpleegkundige weegt de baby elke maand.
het wegennetB1
road network
Nederland heeft een dicht wegennet.
wegensB1
owing to (formal)
De winkel is wegens ziekte vandaag gesloten.
weggaanA2separableirregular
ging weg · gingen weg · zijn weggegaan
to leave
Wanneer ga je weg?
weggooienA2separable
gooide weg · hebben weggegooid
to throw away
Gooi het oude papier weg.
weghalenB1separable
haalde weg · hebben weggehaald
to remove, to take away
Wil je je fiets weghalen bij de voordeur?
wegleggenB1separable
legde weg · hebben weggelegd
to put away, to put aside
Leg je telefoon even weg tijdens het eten.
wegnemenB1separableirregular
nam weg · namen weg · hebben weggenomen
to take away, to remove
Het gesprek met de arts nam mijn zorgen weg.
wegvallenB1separableirregular
viel weg · vielen weg · zijn weggevallen
to drop out, to fall away
Tijdens het gesprek viel de verbinding steeds weg.
het wegverkeerB1
road traffic
Het wegverkeer neemt elk jaar toe.
de wegwerkzaamhedenB1
roadworks
Er zijn wegwerkzaamheden op de A2.
de wegwijzerB1
signpost
Volg de wegwijzers naar het centrum.
weigerenB1
weigerde · hebben geweigerd
to refuse
Hij weigerde het voorstel.
het weilandB2
meadow, pasture
In het weiland staan koeien.
weinigA1
little, few
Ik heb weinig tijd.
wekelijksA1
weekly
De les is wekelijks op dinsdag.
wekkenB2
wekte · hebben gewekt
to wake (someone); to arouse
Wil je me om zeven uur wekken?
welA1
indeed, though (emphasis)
Ik heb geen auto, maar wel een fiets.
welbespraaktB2
articulate
Hij is een welbespraakt spreker.
weleensA2
ever; sometimes
Ben jij weleens in Maastricht geweest?
weliswaarB1
admittedly
Het is weliswaar duur, maar het werkt.

