Vocabulary
7085 words · page 222 of 284
de tegenstellingB1
contrast, contradiction
Er zit een tegenstelling in zijn verhaal.
tegenvallenB1separableirregular
viel tegen · vielen tegen · zijn tegengevallen
to be disappointing
De vakantie viel tegen door het slechte weer.
de tegenvallerB2
setback, unpleasant surprise
De rekening van de tandarts was een flinke tegenvaller.
de tegenwerpingB2
objection
Hij had op elke tegenwerping een antwoord.
tegenwoordigA2
nowadays
Tegenwoordig werk ik vaker thuis.
het tegoedA2
credit, balance
Er staat nog tegoed op mijn kaart.
het tekenB1
sign
Een rode lucht is een teken van mooi weer.
tekenenA2
tekende · hebben getekend
to draw
Mijn dochter tekent graag.
de tekeningA2
drawing
Mijn dochter maakte een mooie tekening van ons huis.
het tekortB1
shortage, deficit
Er is een groot tekort aan leraren.
de tekstA1
text
Lees de tekst en beantwoord daarna de vragen.
de tekstschrijverB2
copywriter
De tekstschrijver werkt freelance.
de tekstsoortB2
text type
Elke tekstsoort heeft eigen conventies.
telefonerenA2
telefoneerde · hebben getelefoneerd
to telephone, to make a call
Tijdens het rijden mag je niet telefoneren.
telefonischB1
by telephone
U krijgt telefonisch bericht.
de telefoonA1
phone
Mijn telefoon is leeg.
het telefoonabonnementB2
phone contract
Mijn telefoonabonnement loopt maandelijks af.
het telefoongesprekB1
phone call
Na het telefoongesprek was alles duidelijk.
het telefoonnummerA1
telephone number
Mag ik je telefoonnummer, dan bel ik je morgen?
teleurgesteldA2
disappointed
Hij was teleurgesteld in het resultaat.
teleurstellenB2separable
stelde teleur · hebben teleurgesteld
to disappoint
Ik wil mijn ouders niet teleurstellen.
teleurstellendB2
disappointing
De opkomst was teleurstellend.
de teleurstellingB1
disappointment
De uitslag was een grote teleurstelling.
de televisieA1
television
De televisie staat de hele dag aan.
telkensB1
every time, again and again
Telkens als ik bel, is hij niet thuis.

