Vocabulary
5480 words · page 200 of 220
voornamelijkB2
mainly, chiefly
In deze wijk wonen voornamelijk jonge gezinnen met kinderen.
het voornemenB2
resolution, intention
Zijn goede voornemen hield twee weken stand.
het vooroordeelB2
prejudice
Vooroordelen verdwijnen niet vanzelf.
de voorraadA2
stock
We hebben het niet meer op voorraad.
het voorraadbeheerB2
stock management
Goed voorraadbeheer voorkomt verspilling.
de voorraadkastA2
pantry
Het meel staat in de voorraadkast.
de voorrangB1
right of way
Fietsers hebben hier voorrang.
de voorrangswegB2
priority road
Dit is een voorrangsweg, dus je moet wachten.
het voorstelB1
proposal, suggestion
Ik heb een voorstel voor ons volgende uitje.
voorstellenB1separable
stelde voor · hebben voorgesteld
to propose, to suggest
Mag ik een andere datum voorstellen?
to introduce; to imagine (zich voorstellen)
Mag ik me even voorstellen? Ik ben Sara.
de voorstellingB2
performance
De voorstelling begint om acht uur.
voortaanA2
from now on
Voortaan doen we het anders.
de voortgangB1
progress
Je kunt je voortgang online volgen.
voortsB2
furthermore
Voorts vragen wij aandacht voor het budget.
vooruitA2
forward, ahead
Met je Nederlands ga je echt vooruit, goed zo!
de voorverkoopB2
advance sale
In de voorverkoop is het goedkoper.
de voorwaardeA2
condition, term
Lees eerst de voorwaarden.
voorwaardelijkB2
suspended, conditional
De straf is deels voorwaardelijk.
het voorwoordB2
foreword
In het voorwoord bedankt zij haar collega's.
voorzienB2irregular
voorzag · voorzagen · hebben voorzien
to provide, to equip; to foresee
Alle kamers zijn voorzien van een eigen badkamer.
de voorzieningB1
facility, provision
In de wijk zijn goede voorzieningen.
voorzittenB2separableirregular
zat voor · zaten voor · hebben voorgezeten
to chair
Zij zal de vergadering voorzitten.
de voorzitterB1
chair(person)
De voorzitter opent de vergadering om acht uur.
vorigA1
previous, last
Vorig jaar woonde ik nog in Polen.
de vorkA1
fork
Er ligt geen vork op tafel.

