Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

5480 words · page 2 of 220

  • aanhalenB2separable

    haalde aan · hebben aangehaald

    to cite, to quote

    De auteur haalt meerdere onderzoeken aan.

  • de aanhefB1

    salutation

    Gebruik als aanhef 'Geachte heer/mevrouw'.

  • de aanklachtB2

    charge, accusation

    De aanklacht werd later ingetrokken.

  • zich aankledenA2separablereflexive

    kleedde aan · hebben aangekleed

    to get dressed

    Ik kleed me snel aan en ga naar mijn werk.

  • aankomenA2separableirregular

    kwam aan · kwamen aan · zijn aangekomen

    to arrive

    Wij komen om acht uur aan.


    to put on weight

    Sinds de winter is hij vijf kilo aangekomen.

  • de aankomstB1

    arrival

    De aankomst is rond middernacht.

  • de aankomsthalA2

    arrivals hall

    Ik wacht op je in de aankomsthal.

  • de aankomsttijdA2

    arrival time

    De aankomsttijd staat op je kaartje.

  • aankondigenB2separable

    kondigde aan · hebben aangekondigd

    to announce

    De gemeente kondigde nieuwe regels aan.

  • de aankoopA2

    purchase

    Bewaar de bon van je aankoop.

  • het aankoopbewijsB2

    proof of purchase

    Zonder aankoopbewijs kun je niet ruilen.

  • de aanleidingA2

    reason, occasion

    Wat was de aanleiding voor dit besluit?

  • de aanleunwoningB2

    assisted-living flat

    Een aanleunwoning ligt naast een zorgcentrum.

  • de aanmaningB1

    formal payment demand

    Na de herinnering volgt een aanmaning.

  • de aanmaningskostenB2

    reminder charges

    De aanmaningskosten bedragen veertig euro.

  • zich aanmeldenB1separablereflexive

    meldde aan · hebben aangemeld

    to register, to sign up

    U kunt zich online aanmelden.

  • de aannameB2

    assumption

    Het model berust op een aantal aannames.

  • aannemenB1separableirregular

    nam aan · namen aan · hebben aangenomen

    to hire; to accept; to assume

    Het bedrijf neemt dit jaar tien nieuwe mensen aan.


    to assume, to suppose

    Ik neem aan dat je morgen ook komt.

  • de aanpakB2

    approach

    De nieuwe aanpak werkt beter dan de oude.

  • aanpassenA2separable

    paste aan · hebben aangepast

    to adjust, to adapt (something)

    We passen het rooster aan de vakantie aan.


    zich aanpassenreflexive

    to adapt (oneself), to adjust

    Je moet je aanpassen aan de nieuwe regels.

  • aanradenB1separableirregular

    raadde aan · raadden aan · hebben aangeraden

    to recommend

    Ik raad je aan om vroeg te komen.

  • aanrakenA2separable

    raakte aan · hebben aangeraakt

    to touch

    Raak de hete pan niet aan.

  • de aanschafB2

    purchase, acquisition

    De aanschaf van een auto is een grote uitgave.

  • aanschuivenB2separableirregular

    schoof aan · schoven aan · zijn aangeschoven

    to join in (at table)

    Schuif gerust aan, er is genoeg.

  • de aanslagB2

    tax assessment

    Ik kreeg een aanslag van de Belastingdienst over 2025.


    attack (terrorist)

    Bij de aanslag op het station vielen gewonden.