Vocabulary
5388 words · page 190 of 216
verspreidenA2
verspreidde · hebben verspreid
to spread
Het bericht werd snel verspreid.
verstaanbaarB1
intelligible, audible
Praat langzaam en verstaanbaar.
de verstaanbaarheidB1
intelligibility
Aan de verstaanbaarheid moet je nog werken.
de verstedelijkingB2
urbanisation
De verstedelijking gaat ten koste van landbouwgrond.
versterkenB1
versterkte · hebben versterkt
to strengthen
Sport versterkt het gevoel van samenhorigheid in de buurt.
de verstuikingB2
sprain
Een verstuiking geneest meestal binnen zes weken.
versturenA2
verstuurde · hebben verstuurd
to send off
Verstuur het formulier voor vrijdag.
vertalenA2
vertaalde · hebben vertaald
to translate
Kun je deze brief voor mij in het Engels vertalen?
de vertalerB2
translator
De vertaler werkte aan de officiële versie.
de vertalingA2
translation
De vertaling dekt de nuance niet.
vertegenwoordigenB1
vertegenwoordigde · hebben vertegenwoordigd
to represent
Zij vertegenwoordigt de bewoners in de gesprekken met de gemeente.
vertellenA1
vertelde · hebben verteld
to tell
Vertel eens, hoe was je dag?
vertraagdB1
delayed
De trein is tien minuten vertraagd.
de vertragingA2
delay
De trein heeft tien minuten vertraging.
het vertrekB1
departure
Het vertrek is om kwart over acht.
de vertrekhalA2
departures hall
We spreken af in de vertrekhal.
vertrekkenA2irregular
vertrok · vertrokken · zijn vertrokken
to depart
De trein vertrekt over vijf minuten.
de vertrektijdA2
departure time
Wat is de vertrektijd van de trein?
vertrouwenA1
vertrouwde · hebben vertrouwd
to trust
Ik vertrouw mijn buren, ze zijn altijd eerlijk.
het vertrouwen
trust, confidence
Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.
de vertrouwensbandB2
bond of trust
Er groeide een vertrouwensband tussen arts en patiënt.
de vertwijfelingB2
anguish, despair
In vertwijfeling belde hij de hulplijn.
vervangenA2irregular
verving · vervingen · hebben vervangen
to replace
De monteur moet de kapotte lamp vervangen.
zich vervelenA2reflexive
verveelde · hebben verveeld
to be bored
De kinderen vervelen zich in de vakantie.
vervelendB2
unpleasant, annoying
Wat vervelend dat je ziek bent.
het vervoerB1
transport
Openbaar vervoer is hier goed geregeld.

