Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

7085 words · page 162 of 284

  • het oogstfeestB2

    harvest festival

    Het oogstfeest is een oude traditie.

  • de ooievaarB2

    stork

    De ooievaar bouwt zijn nest op een paal.

  • ooitA2

    ever; once

    Ben jij ooit in Amsterdam geweest?

  • ookA1

    also, too

    Ik kom ook mee.

  • de oomA1

    uncle

    Mijn oom woont in Duitsland.

  • het oorA1

    ear

    Mijn oor doet pijn.

  • het oordeelB1

    judgement, opinion

    Wat is jouw oordeel over het nieuwe plan?

  • oordelenB1

    oordeelde · hebben geoordeeld

    to judge

    Je moet niet te snel over mensen oordelen.

  • de oorlogA2

    war

    Mijn grootvader heeft de oorlog als kind meegemaakt.

  • de oorlogsvoeringB2

    warfare

    Moderne oorlogsvoering is grotendeels digitaal.

  • de oorpijnA2

    earache

    Het kind heeft oorpijn.

  • de oorsprongB1

    origin

    De oorsprong van dit feest ligt in de middeleeuwen.

  • oorspronkelijkB2

    original(ly)

    Oorspronkelijk komt deze familie uit Indonesië.

  • de oorzaakB1

    cause

    De politie onderzoekt de oorzaak van de brand.

  • oostelijkB2

    eastern

    In het oostelijke deel van het land is het heuvelachtig.

  • het oostenA2

    east

    De zon komt op in het oosten.

  • opA1

    on

    Zet de kopjes op de tafel.

  • op grond vanB2

    on the basis of

    Op grond van deze cijfers besluiten wij anders.

  • de opaA1

    grandfather

    Mijn opa vertelt graag verhalen.

  • opbellenA2separable

    belde op · hebben opgebeld

    to call up

    Ik bel je morgen op.

  • opbergenA2separableirregular

    borg op · borgen op · hebben opgeborgen

    to put away, to store

    Berg je spullen op in de kast.

  • opbeurenB2separable

    beurde op · hebben opgebeurd

    to cheer up

    Een kaartje kan iemand echt opbeuren.

  • opblazenB1separableirregular

    blies op · bliezen op · hebben opgeblazen

    to blow up, to inflate; to exaggerate

    Voor het feest hebben we vijftig ballonnen opgeblazen.

  • de opbouwB1

    structure, build-up

    De opbouw van je tekst moet logisch zijn.

  • opbouwenB1separable

    bouwde op · hebben opgebouwd

    to build up

    Zij heeft hier een nieuw leven opgebouwd.