Vocabulary
7809 words · page 134 of 313
kostenA2
kostte · hebben gekost
to cost
De cursus kost honderd euro per maand.
de kosten
costs
De kosten vallen mee.
de kostenbeheersingB2
cost control
Kostenbeheersing is een blijvende opgave.
de kostenbesparingB2
cost saving
De reorganisatie moet een kostenbesparing opleveren.
het kostenoverzichtB1
cost overview
Vraag om een volledig kostenoverzicht.
de kostenpostB2
expense item
De huur is mijn grootste kostenpost.
de kostenramingB2
cost estimate
De aannemer maakte een kostenraming.
de kostenverdelingB1
cost sharing
We spraken een eerlijke kostenverdeling af.
de kostprijsB2
cost price
De winkel verkoopt de oude modellen onder de kostprijs.
het kostuumB1
costume
De kostuums zijn historisch correct.
de kouA2
cold (the cold)
Ik kan slecht tegen de kou in de winter.
koudA1
cold
Het eten is koud geworden.
de koudegolfB2
cold spell
De koudegolf hield twee weken aan.
de kousB2
stocking, sock
Bij haar jurk draagt zij zwarte kousen.
de kraagB2
collar
Hij zette de kraag van zijn jas omhoog tegen de wind.
het kraakbeenB2
cartilage
Het kraakbeen in de knie slijt.
de kraamvisiteB2
visit to see a newborn
De kraamvisite komt de eerste week langs.
de kraamzorgB2
postnatal home care
Na de bevalling krijg je een week kraamzorg.
de kraanA2
tap, faucet
De kraan lekt al een week.
krabbenB2
krabde · hebben gekrabd
to scratch
Je moet niet krabben aan een muggenbult.
de krachtB1
strength, force
Na de ziekte had ik weinig kracht in mijn benen.
krachtigB1
powerful
Deze stofzuiger is klein maar heel krachtig.
krakenB2
kraakte · hebben gekraakt
to creak; to crack; to squat
De oude trap kraakt bij elke stap.
krankzinnigB2
insane, crazy
Het is krankzinnig hoe duur de huizen zijn geworden.
de krantA1
newspaper
Mijn vader leest elke dag de krant.
krapB1
tight, scarce
Met één salaris hebben we het financieel krap.

