Vocabulary
7809 words · page 127 of 313
de kijkerB1
viewer
Het programma trok gisteren twee miljoen kijkers.
kilB2
chilly; cold (unfriendly)
Het was een kille, natte avond in november.
de kiloA1
kilo
Een kilo appels kost op de markt twee euro.
de kilometerB1
kilometre
Het is nog twintig kilometer rijden.
de kinA1
chin
Hij stootte zijn kin bij het vallen.
het kindA1
child
Het kind speelt in de tuin.
de kinderartsB2
paediatrician
De kinderarts stelde de ouders gerust.
de kinderbijslagA2
child benefit
Ouders krijgen elk kwartaal kinderbijslag.
het kinderboekB2
children's book
Dit kinderboek is in twintig talen vertaald.
kinderlijkB2
childlike; childish
Hij reageerde met kinderlijk enthousiasme op het cadeau.
de kinderopvangB1
childcare
Onze dochter gaat drie dagen per week naar de kinderopvang.
de kinderziekteB2
childhood illness
Waterpokken is een klassieke kinderziekte.
de kipA1
chicken
Ik eet liever kip dan rundvlees.
de kistB2
chest, box; coffin
Op zolder staat een oude houten kist.
klaarA1
ready, finished
Het eten is klaar.
klaarblijkelijkB2
obviously
Hij had klaarblijkelijk haast.
klaarmakenA2separable
maakte klaar · hebben klaargemaakt
to prepare, to get ready
Ik maak het eten klaar.
de klachtB1
complaint, symptom
Vertel de arts precies wat uw klachten zijn.
de klachtafhandelingB2
complaint handling
De klachtafhandeling duurt te lang.
de klachtbriefB1
letter of complaint
Ik heb een klachtbrief naar het bedrijf gestuurd.
het klachtenformulierB1
complaint form
Vul eerst het klachtenformulier in.
de klachtenlijnB2
complaints line
Bel de klachtenlijn als het niet wordt opgelost.
de klachtenprocedureB1
complaints procedure
Elke organisatie heeft een klachtenprocedure.
klagenB1
klaagde · hebben geklaagd
to complain
De buren klagen over het lawaai.
de klankB2
sound
De Nederlandse g heeft een harde klank.

