Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

7809 words · page 125 of 313

  • de keeperB2

    keeper (informal)

    De keeper stopte de bal met één hand.

  • de keerA1

    time (occurrence)

    Ik ga twee keer per week sporten.

  • de keiB2

    boulder, cobblestone; ace

    De oude straat ligt vol met keien.

  • keihardB1

    rock-hard; very hard (informal)

    Hij werkt keihard om zijn diploma te halen.

  • de keizerB2

    emperor

    Napoleon was in de negentiende eeuw keizer van Frankrijk.

  • de kelderA1

    cellar, basement

    De fietsen staan in de kelder.

  • het kenmerkB2

    characteristic, feature

    Noem twee kenmerken van een goede buurt.

  • kenmerkenB2

    kenmerkte · hebben gekenmerkt

    to characterise

    De stad wordt gekenmerkt door smalle straten.

  • kennelijkB2

    evidently

    Hij had de vraag kennelijk niet begrepen.

  • kennenA1

    kende · hebben gekend

    to know (a person/thing)

    Ken je die man?

  • de kennisA1

    knowledge

    Hij heeft veel kennis van computers.


    acquaintance

    Een kennis van mij werkt bij die school.

  • de kennisdelingB2

    knowledge sharing

    Kennisdeling tussen afdelingen verloopt moeizaam.

  • het kennisinstituutB2

    knowledge institute

    Het kennisinstituut adviseert de overheid.

  • het kennisniveauB2

    level of knowledge

    Het kennisniveau van de groep verschilt sterk.

  • de kennisontwikkelingB2

    knowledge development

    Kennisontwikkeling stopt niet na je diploma.

  • de kennisoverdrachtB2

    knowledge transfer

    Kennisoverdracht is niet het enige doel van onderwijs.

  • de kennistoetsB1

    knowledge test

    De kennistoets bestaat uit veertig vragen.

  • de kennisverwervingB2

    knowledge acquisition

    Kennisverwerving verloopt bij iedereen anders.

  • het kentekenB1

    registration number, licence plate

    Noteer het kenteken van de auto die wegreed.

  • de kerelB2

    guy, fellow

    De nieuwe buurman lijkt me een aardige kerel.

  • kerenB1

    keerde · hebben gekeerd

    to turn (around)

    Op deze smalle weg kun je niet keren.

  • de kerkA1

    church

    De kerk staat op het plein.

  • kerkelijkB1

    church, ecclesiastical

    Ze trouwden voor de wet en daarna ook kerkelijk.

  • het kerkhofB2

    churchyard, cemetery

    Mijn grootouders liggen begraven op het kerkhof bij de kerk.

  • de kermisB1

    funfair

    De kermis staat een week op het plein.