Vocabulary
7824 words · page 110 of 313
de hulpA1
help
Bedankt voor je hulp.
de hulpdienstB2
emergency service
De hulpdiensten waren binnen tien minuten ter plaatse.
hulpeloosB2
helpless
Zonder telefoon voelde zij zich hulpeloos.
het hulpmiddelB1
aid, assistive device
Een rollator is een handig hulpmiddel.
de hulpverlenerB1
support worker
Een hulpverlener begeleidt het gezin.
de hulpverleningB2
assistance, support services
De hulpverlening kwam snel op gang.
het humeurB2
mood, temper
Hij is vandaag in een slecht humeur.
de humorB1
humour
Zijn humor is heel droog.
hunkerenB2
hunkerde · hebben gehunkerd
to yearn
Hij hunkert naar rust.
hurenA2
huurde · hebben gehuurd
to rent
Wij huren een appartement van een woningcorporatie.
de hutB2
hut, cabin
De kinderen bouwden een hut van takken in het bos.
de huurA2
rent
De huur moet voor de eerste van de maand betaald worden.
de huurautoB2
rental car
Een huurauto is voor één weekend goedkoper.
de huurbetalingB1
rent payment
De huurbetaling gaat automatisch van mijn rekening.
het huurcontractA2
rental contract
Lees het huurcontract goed door.
de huurderA2
tenant
De huurder moet kleine reparaties zelf doen.
de huurmarktB2
rental market
De vrije huurmarkt is onbetaalbaar geworden.
de huurprijsB1
rental price
De huurprijs gaat elk jaar omhoog.
de huurtoeslagA2
rent allowance
Ik ontvang huurtoeslag van de Belastingdienst.
de huurverhogingA2
rent increase
De huurverhoging gaat in juli in.
de huurwoningB1
rental home
De wachttijd voor een sociale huurwoning is jaren.
het huwelijkA1
marriage, wedding
Hun huwelijk was in juni.
de huwelijksakteB2
marriage certificate
Voor de aanvraag heb je een huwelijksakte nodig.
de huwelijksreisB2
honeymoon
De huwelijksreis ging naar Portugal.
huwenB1
huwde · zijn gehuwd
to marry, to wed
Zij zijn vorig jaar in het stadhuis gehuwd.

