Vocabulary
165 words · page 2 of 7
het zelfbeeldB2
self-image
Sociale media beïnvloeden het zelfbeeld van jongeren.
de zelfbeheersingB2
self-control
Hij verloor even zijn zelfbeheersing.
de zelfredzaamheidB2
self-reliance
De zorg is gericht op zelfredzaamheid van de patiënt.
zelfsB1
even
Zelfs op zondag werkt hij in de winkel.
de zelfscankassaB2
self-checkout
Bij de zelfscankassa is bijna nooit rij.
de zelfspotB2
self-mockery
Zelfspot maakt iemand sympathiek.
zelfstandigB1
self-reliant, independent
Je moet in deze functie zelfstandig kunnen werken.
de zelfstandigeB2
self-employed person
Als zelfstandige regel je je eigen pensioen.
de zelfstandigheidB1
independence
De functie vraagt veel zelfstandigheid.
de zelfstudieB1
self-study
Naast de les doe ik veel zelfstudie.
het zelfvertrouwenB2
self-confidence
Door de cursus kreeg ze meer zelfvertrouwen.
zendenB2irregular
zond · zonden · hebben gezonden
to send; to broadcast
De omroep zendt de wedstrijd live uit.
de zenderB2
channel, station
Deze zender brengt vooral documentaires.
de zendmastB2
transmission mast
De nieuwe zendmast stuitte op bezwaren.
de zendtijdB2
airtime
Elke partij krijgt evenveel zendtijd.
de zenuwB2
nerve
Er zit een zenuw bekneld in zijn rug.
zenuwachtigA2
nervous
Ik ben zenuwachtig voor het examen.
de zenuwachtigheidB2
nervousness
Zijn zenuwachtigheid was begrijpelijk.
het zenuwstelselB2
nervous system
Stress belast het zenuwstelsel.
zesA1
six
We eten om zes uur.
zestigA1
sixty
Mijn vader is zestig geworden.
de zetelB2
seat (in parliament)
De partij won vijf zetels in de Tweede Kamer.
zettenA1
zette · hebben gezet
to put, to place upright
Zet de stoel bij het raam.
zeurende pijnB2
nagging pain
Het is meer een zeurende pijn dan een scherpe.
zevenA1
seven
Een week heeft zeven dagen.

