Vocabulary
216 words · page 7 of 9
de rijA2
queue, line
Er staat een lange rij bij de kassa.
het rijbewijsB1
driving licence
Zonder rijbewijs mag je niet rijden.
de rijbewijsverlengingB1
licence renewal
De rijbewijsverlenging regel je bij de gemeente.
rijdenA2irregular
reed · reden · hebben/zijn gereden
to drive, to ride
Hij rijdt elke dag naar zijn werk.
het rijexamenB1
driving test
Ik ben geslaagd voor mijn rijexamen.
het rijgedragB1
driving behaviour
Zijn rijgedrag is de laatste tijd rustiger.
rijkA1
rich
Zij komt uit een rijke familie.
de rijlesB1
driving lesson
Ik neem sinds maart rijles.
rijpB2
ripe
Deze peren zijn nog niet rijp genoeg om te eten.
de rijp
hoarfrost
Er lag rijp op de auto's.
de rijstA1
rice
We eten vanavond rijst met groente.
de rijstrookB1
traffic lane
De rechter rijstrook is afgesloten.
de rijvaardigheidB1
driving ability
Bij het examen wordt je rijvaardigheid getest.
de rimpelB2
wrinkle
De rimpels om zijn ogen verraden zijn leeftijd.
de ringA2
ring
Hij kocht een gouden ring voor zijn vriendin.
het risicoB1
risk
Wie te hard rijdt, neemt een groot risico.
de risico-inventarisatieB2
risk assessment
Elk bedrijf maakt een risico-inventarisatie.
de risicofactorB2
risk factor
Roken is de grootste risicofactor.
het risicoprofielB2
risk profile
De bank bepaalt eerst je risicoprofiel.
het ritmeB2
rhythm
Het ritme van dit lied is ongewoon.
de ritsB2
zip
De rits van mijn jas is kapot.
het ritueelB2
ritual
Het samen eten is bij hen een dagelijks ritueel.
de rivierA2
river
De rivier loopt door de stad.
de rivierbeddingB2
river bed
De rivierbedding is verbreed.
de robotiseringB2
robotisation
Robotisering verandert het werk in de industrie.
roepenA1irregular
riep · riepen · hebben geroepen
to call, to shout
Roep me als je klaar bent.

