Vocabulary
289 words · page 7 of 12
gespannenB2
tense
De sfeer in de zaal was gespannen.
gespierdB2
muscular
Hij is klein maar gespierd.
het gesprekA1
conversation
We hebben een goed gesprek gehad.
de gespreksleiderB2
discussion moderator
De gespreksleider gaf iedereen het woord.
het gespreksonderwerpB1
topic of conversation
Het weer is hier een populair gespreksonderwerp.
de gesprekspartnerB1
conversation partner
Luister goed naar je gesprekspartner.
de gespreksrondeB2
round of talks
Er volgt nog een gespreksronde met de bewoners.
de gesprekstechniekB1
conversation technique
Op de cursus leer je gesprekstechnieken.
de gespreksvoeringB2
conducting a conversation
Goede gespreksvoering is te leren.
de gestalteB2
figure, build
In het donker zag ik een gestalte.
gestrestA2
stressed
Voor het examen was ik erg gestrest.
het getalA1
number (numeral)
Schrijf het getal in cijfers.
het getijdeB2
tide
Het getijde bepaalt wanneer je kunt varen.
de getijdenwerkingB2
tidal action
De getijdenwerking vormt de zandbanken.
getrouwdA1
married
Zij is al tien jaar getrouwd.
de getuigeB2
witness
De getuige legde een verklaring af.
getuigenB2
getuigde · hebben getuigd
to testify
Twee buren getuigden in de rechtszaak tegen hem.
het gevaarB1
danger
Bij dit weer is er gevaar voor gladheid.
gevaarlijkA2
dangerous
Het is gevaarlijk om op het ijs te lopen.
het gevalB1
case
In dat geval bel ik je morgen terug.
de gevangenisA2
prison
Hij zat twee jaar in de gevangenis.
gevenA1irregular
gaf · gaven · hebben gegeven
to give
Geef mij het zout, alsjeblieft.
het gevoelA1
feeling
Ik had het gevoel dat er iets mis was.
gevoeligB1
sensitive
Zij is erg gevoelig voor kritiek.
de gevoeligheidB2
sensitivity
Zijn gevoeligheid voor kritiek is groot.

