Vocabulary
158 words · page 5 of 7
het enthousiasmeB2
enthusiasm
Ze begon vol enthousiasme aan het project.
enthousiastA2
enthusiastic
De klas was enthousiast over het uitje.
de entreekaartB1
entrance ticket
De entreekaart kost twaalf euro.
de envelopA1
envelope
Doe de brief in een envelop.
de epidemieB2
epidemic
Tijdens de epidemie werkten veel mensen thuis.
de epidemioloogB2
epidemiologist
De epidemioloog legde de cijfers uit.
de erfbelastingB2
inheritance tax
Over de erfenis moet erfbelasting betaald worden.
de erfenisB2
inheritance
De erfenis werd onder drie kinderen verdeeld.
het erfgoedB2
heritage
De molens horen bij ons cultureel erfgoed.
de erfpachtB2
long lease of land
In Amsterdam staat veel grond in erfpacht.
ergA1
very; bad
Dat is erg vervelend.
ergensA2
somewhere
Mijn sleutels liggen hier ergens.
zich ergerenB2reflexive
ergerde · hebben geërgerd
to annoy, to be annoyed
Zij ergert zich aan het lawaai.
ergerlijkB2
annoying
Het is ergerlijk dat niemand reageert.
de ergernisB2
annoyance
De vertragingen wekken veel ergernis.
de ergotherapeutB2
occupational therapist
De ergotherapeut past de woning aan.
erkennenA2
erkende · hebben erkend
to acknowledge
De minister erkende de fout.
de erkenningB2
recognition
Zij zocht vooral erkenning voor haar inzet.
ernstigB1
serious, severe
Hij is ernstig ziek en ligt in het ziekenhuis.
eruitzienA2separableirregular
zag eruit · zagen eruit · hebben eruitgezien
to look (like), to appear
Weet jij hoe de nieuwe buurman eruitziet?
ervarenA2irregular
ervoer · ervoeren · hebben ervaren
to experience
Veel mensen ervaren het examen als stressvol.
de ervaringA2
experience
Voor deze functie is ervaring nodig.
de erwtA1
pea
In de soep zitten erwten en wortels.
de escalatieB2
escalation
Bij escalatie ga je naar de directie.
de essentieB2
essence
Dat is niet de essentie van het probleem.

