Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

7809 woorden · pagina 91 van 313

  • het geruchtB1

    rumour

    Er gaat een gerucht dat de fabriek gaat sluiten.

  • geruimB1

    considerable (time)

    Het duurde geruime tijd voordat de bus kwam.

  • gerustB1

    by all means, feel free; reassured

    U mag gerust bellen als u vragen heeft.

  • gerustgesteldB2

    reassured

    Na het gesprek was zij gerustgesteld.

  • geruststellenB2scheidbaar

    stelde gerust · hebben gerustgesteld

    to reassure

    De arts stelde de ouders gerust.

  • geruststellendB2

    reassuring

    De uitslag was geruststellend.

  • het geschenkB2

    gift (formal)

    Bij de geboorte kregen we veel geschenken.

  • de geschiedenisA1

    history

    De geschiedenis van dit gebouw is bijzonder.

  • geschiktA2

    suitable

    Deze woning is geschikt voor een gezin.

  • het geschriftB1

    writing, document

    Uw bezwaar moet u op schrift of in een geschrift indienen.

  • het geslachtB2

    sex, gender; family line

    Op het formulier moet u uw geslacht invullen.

  • gespannenB2

    tense

    De sfeer in de zaal was gespannen.

  • gespierdB2

    muscular

    Hij is klein maar gespierd.

  • het gesprekA1

    conversation

    We hebben een goed gesprek gehad.

  • de gespreksleiderB2

    discussion moderator

    De gespreksleider gaf iedereen het woord.

  • het gespreksonderwerpB1

    topic of conversation

    Het weer is hier een populair gespreksonderwerp.

  • de gesprekspartnerB1

    conversation partner

    Luister goed naar je gesprekspartner.

  • de gespreksrondeB2

    round of talks

    Er volgt nog een gespreksronde met de bewoners.

  • de gesprekstechniekB1

    conversation technique

    Op de cursus leer je gesprekstechnieken.

  • de gestalteB2

    figure, build

    In het donker zag ik een gestalte.

  • gestrestA2

    stressed

    Voor het examen was ik erg gestrest.

  • het getalA1

    number (numeral)

    Schrijf het getal in cijfers.

  • het getijdeB2

    tide

    Het getijde bepaalt wanneer je kunt varen.

  • de getijdenwerkingB2

    tidal action

    De getijdenwerking vormt de zandbanken.

  • getrouwdA1

    married

    Zij is al tien jaar getrouwd.