Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

7809 woorden · pagina 82 van 313

  • fossielB2

    fossil

    Fossiele brandstoffen worden afgebouwd.

  • de fotoA1

    photo

    Dit is een foto van mijn familie.

  • de fotograafB2

    photographer

    De fotograaf werkte voor een landelijke krant.

  • fotograferenB1

    fotografeerde · hebben gefotografeerd

    to photograph

    Zij fotografeert graag oude gebouwen.

  • de fotografieB2

    photography

    Zij volgt een cursus fotografie.

  • het fotomodelB2

    photo model

    Het fotomodel stond urenlang stil.

  • de foutA1

    mistake; wrong

    Ik heb een fout gemaakt.

  • fraaiB2

    fine, pretty (formal)

    Vanaf de dijk heb je een fraai uitzicht.

  • de fractieB1

    parliamentary group

    De fractie stemde verdeeld.

  • het fragmentB1

    fragment, excerpt

    Luister naar het fragment en beantwoord de vragen.

  • de framingB2

    framing

    De framing van het bericht stuurt de lezer.

  • FransA2

    French

    In de bakkerij kopen we een Frans stokbrood.

  • franse tijdB2

    French period (1795-1813)

    In de franse tijd werd de burgerlijke stand ingevoerd.

  • de FransmanB2

    Frenchman

    Mijn buurman is een Fransman uit Lyon.

  • de fraudeB2

    fraud

    De fraude bleef jaren onopgemerkt.

  • freelanceB2

    freelance

    Zij werkt freelance als fotograaf voor verschillende kranten.

  • de freelancerB2

    freelancer

    Als freelancer bepaal je je eigen agenda.

  • de frequentieB2

    frequency

    De frequentie van de bussen is 's avonds lager.

  • het FriesB1

    Frisian (language)

    In Friesland spreken veel mensen naast Nederlands ook Fries.

  • de frietA2

    fries (southern word)

    Een patatje met mayonaise, of zeg je friet?

  • frisA2

    fresh; cool

    Na de regen is de lucht weer lekker fris.

  • fronsenB2

    fronste · hebben gefronst

    to frown

    Zij fronste haar wenkbrauwen.

  • het frontB1

    front (war, weather)

    Zijn opa vocht in de oorlog aan het front.

  • het fruitA2

    fruit

    Op mijn werk staat altijd fruit.

  • de frustratieB1

    frustration

    De trage procedure leidt tot frustratie.