Woordenschat
7085 woorden · pagina 61 van 284
doordatB1
because (cause)
Doordat de trein uitviel, kwam zij te laat.
doorgaanB1scheidbaaronregelmatig
ging door · gingen door · zijn doorgegaan
to go ahead, to take place; to continue
Door de regen kan de markt vandaag niet doorgaan.
doorgaansB1
usually, generally
De bus komt doorgaans op tijd.
doorgevenB1scheidbaaronregelmatig
gaf door · gaven door · hebben doorgegeven
to pass on
Kun je dat aan je collega doorgeven?
to report, to pass on (information)
Geef een adreswijziging door aan de gemeente.
doorgroeienB2scheidbaar
groeide door · zijn doorgegroeid
to advance, to grow (in a career)
Binnen dit bedrijf kun je snel doorgroeien.
doorlopenB1scheidbaaronregelmatig
liep door · liepen door · hebben/zijn doorgelopen
to keep walking; to go through; to continue
Loop maar door, de bus staat om de hoek.
doorschakelenB2scheidbaar
schakelde door · hebben doorgeschakeld
to put through
Ik schakel u door naar mijn collega.
doorstaanB1onregelmatig
doorstond · doorstonden · hebben doorstaan
to endure, to get through
Hij heeft een zware periode doorstaan.
de doorstroomB2
progression (to next stage)
De doorstroom naar het hoger onderwijs is gestegen.
doortrekkenB1scheidbaaronregelmatig
trok door · trokken door · hebben doorgetrokken
to flush; to extend
Vergeet niet de wc door te trekken.
doorverbindenB1scheidbaaronregelmatig
verbond door · verbonden door · hebben doorverbonden
to put through (a call)
Ik verbind u door met de juiste afdeling.
doorverwijzenB1scheidbaaronregelmatig
verwees door · verwezen door · hebben doorverwezen
to refer on
De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.
de doorverwijzingB2
referral to a specialist
Zonder doorverwijzing kom je er niet binnen.
doorvoerenB1scheidbaar
voerde door · hebben doorgevoerd
to carry through, to implement
Het bedrijf voert volgend jaar grote veranderingen door.
doorvragenB2scheidbaaronregelmatig
vroeg door · vroegen door · hebben doorgevraagd
to probe with follow-up questions
Door goed door te vragen kwam de waarheid boven.
de doosA1
box
De boeken zitten in een doos.
dopenB1
doopte · hebben gedoopt
to baptise; to dip
Het kindje wordt zondag in de kerk gedoopt.
het dorpA1
village
Zij komt uit een klein dorp.
het dorpshuisB2
village hall
Het dorpshuis is het hart van de gemeenschap.
de dorpskernB2
village centre
De winkels staan in de dorpskern.
het dorpslevenB2
village life
Het dorpsleven draait om de vereniging.
de dorstA1
thirst
Heb je dorst?
de doseringB2
dosage
Houd je precies aan de dosering.
de dosisB1
dose
Neem nooit een hogere dosis dan op de bijsluiter staat.
het dossierB1
file, dossier
De huisarts kijkt eerst in je dossier.

