Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

7809 woorden · pagina 311 van 313

  • de zorgorganisatieB2

    care organisation

    De zorgorganisatie beheert vijf locaties.

  • de zorgpasB1

    health insurance card

    Neem uw zorgpas mee naar de afspraak.

  • het zorgpersoneelB2

    care staff

    Er is een tekort aan zorgpersoneel.

  • het zorgplanB1

    care plan

    In het zorgplan staat wie wat doet.

  • de zorgplichtB2

    duty of care

    De werkgever heeft een zorgplicht voor zijn personeel.

  • de zorgprofessionalB2

    healthcare professional

    Elke zorgprofessional volgt bijscholing.

  • de zorgsectorB2

    care sector

    De zorgsector kampt met hoge werkdruk.

  • de zorgstandaardB2

    care standard

    Er is een landelijke zorgstandaard voor diabetes.

  • het zorgstelselB2

    healthcare system

    Het Nederlandse zorgstelsel staat onder druk.

  • de zorgtoeslagA2

    healthcare allowance

    Met een laag inkomen krijg je zorgtoeslag.

  • de zorgverlenerB1

    care provider

    Bespreek dit met uw zorgverlener.

  • de zorgverleningB2

    provision of care

    De zorgverlening thuis wordt uitgebreid.

  • de zorgverzekeraarB2

    health insurer

    De zorgverzekeraar vergoedt deze behandeling niet.

  • de zorgverzekeringA2

    health insurance

    Een zorgverzekering is in Nederland verplicht.

  • de zorgvraagB2

    demand for care

    De zorgvraag stijgt door de vergrijzing.

  • zorgvuldigB2

    careful, meticulous

    Zij werkt langzaam maar zorgvuldig.

  • zorgwekkendB2

    alarming

    Zijn toestand is zorgwekkend.

  • het zoutA1

    salt

    Er zit te veel zout in.


    salty

    De soep is me veel te zout.

  • het zoutgehalteB2

    salt content

    Het zoutgehalte in kant-en-klaarmaaltijden is hoog.

  • zoveelA2

    so much, so many

    Ik heb nog nooit zoveel sneeuw gezien.

  • zoverB1

    ready; so far

    Ben je zover, kunnen we vertrekken?

  • zowatB1

    about, almost

    Hij heeft zowat alles al gezien in zijn leven.

  • zowelB1

    both … and

    Zowel mijn broer als mijn zus woont in Utrecht.

  • zozeerB1

    so much, to such an extent

    Het gaat niet zozeer om het geld, maar om respect.

  • de zuchtB2

    sigh

    Met een diepe zucht ging zij weer aan het werk.