Woordenschat
7809 woorden · pagina 286 van 313
de voordeurA1
front door
De voordeur zit op slot.
voordienB2
before that, previously
Hij werkt nu bij de bank; voordien was hij leraar.
zich voordoenB1scheidbaarwederkerendonregelmatig
deed voor · deden voor · hebben voorgedaan
to arise, to occur (of a situation)
Als zich een probleem voordoet, bel ons dan.
voorgaanB1scheidbaaronregelmatig
ging voor · gingen voor · zijn voorgegaan
to go first, to go ahead; to take precedence
Gaat u maar voor, ik wacht wel even.
de voorgangerB1
predecessor
De nieuwe directeur is jonger dan zijn voorganger.
het voorgerechtA2
starter
Als voorgerecht nemen we soep.
voorgoedB2
for good, forever
Na twintig jaar vertrok hij voorgoed naar Spanje.
voorheenB1
previously, formerly
Voorheen was hier een school, nu zijn het woningen.
het voorhoofdB2
forehead
De moeder voelde aan het voorhoofd van haar kind.
voorinB1
in the front
Mag ik voorin zitten, naast de chauffeur?
het voorjaarB1
spring (season)
In het voorjaar gaan we de tuin opknappen.
de voorkantA2
front
Aan de voorkant van het huis is een kleine tuin.
de voorkeurB1
preference
Mijn voorkeur gaat uit naar een afspraak in de ochtend.
voorkomenA1scheidbaaronregelmatig
kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen
to occur, to happen
Dat probleem komt hier vaak voor.
voorkómenA2onregelmatig
voorkwam · voorkwamen · hebben voorkomen
to prevent
Met een goede planning voorkom je veel stress.
voorleggenB2scheidbaar
legde voor · hebben voorgelegd
to present, to submit
Ik leg het voorstel morgen voor aan mijn manager.
voorlezenA2scheidbaaronregelmatig
las voor · lazen voor · hebben voorgelezen
to read aloud
Wil je mij de brief van de school even voorlezen?
de voorlichtingB1
information, awareness-raising
De gemeente geeft voorlichting over afvalscheiding.
voorlopigB1
provisional; for the time being
Voorlopig blijf ik bij mijn ouders wonen.
voormaligB2
former
De voormalige school is nu een buurthuis.
de voornaamA1
first name
Vul hier je voornaam en achternaam in.
voornamelijkB1
mainly, chiefly
In deze wijk wonen voornamelijk jonge gezinnen met kinderen.
het voornemenB1
resolution, intention
Zijn goede voornemen hield twee weken stand.
het vooroordeelB1
prejudice
Vooroordelen verdwijnen niet vanzelf.
vooropB1
in front, ahead
Bij de wandeling lopen de kleinste kinderen voorop.

