Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

6551 woorden · pagina 26 van 263

  • beschuldigenB1

    beschuldigde · hebben beschuldigd

    to accuse

    De buurman beschuldigt ons van te veel lawaai.

  • de beschuldigingB2

    accusation

    Hij ontkent alle beschuldigingen van fraude.

  • het besefB1

    awareness, realisation

    Het besef dat hij weg was, kwam pas later.

  • beseffenB1

    besefte · hebben beseft

    to realise, to be aware

    Pas later besefte ik hoe belangrijk het was.

  • beslissenA2

    besliste · hebben beslist

    to decide (make a choice)

    Je moet zelf beslissen welke opleiding je kiest.

  • de beslissingB1

    decision (choice)

    Het was een moeilijke beslissing om te verhuizen.

  • het besluitB1

    decision

    De gemeente heeft een besluit genomen over de nieuwe weg.

  • de besluiteloosheidB2

    indecisiveness

    Zijn besluiteloosheid kostte het team tijd.

  • besluitenA2onregelmatig

    besloot · besloten · hebben besloten

    to decide

    We hebben besloten te verhuizen.

  • de besluitvormingB2

    decision-making

    De besluitvorming verliep traag.

  • het besluitvormingsprocesB2

    decision-making process

    Het besluitvormingsproces duurde te lang.

  • besmettenB2

    besmette · hebben besmet

    to infect

    Hij heeft zijn hele gezin besmet met griep.

  • de besmettingB2

    infection, contagion

    Het aantal besmettingen daalt.

  • het besmettingsrisicoB2

    risk of infection

    Het besmettingsrisico is binnen groter.

  • besparenB1

    bespaarde · hebben bespaard

    to save (money, energy)

    Met zonnepanelen bespaar je op je energierekening.

  • besprekenB1onregelmatig

    besprak · bespraken · hebben besproken

    to discuss

    Dat bespreken we morgen in de vergadering.

  • bestaanA1onregelmatig

    bestond · bestonden · hebben bestaan

    to exist

    Zo'n regel bestaat hier niet.

  • de bestaanszekerheidB2

    economic security

    Bestaanszekerheid werd een verkiezingsthema.

  • het bestandB1

    file (computer)

    Stuur het bestand als bijlage mee.

  • het bestandsformaatB2

    file format

    Lever je werk aan in dit bestandsformaat.

  • bestedenB1

    besteedde · hebben besteed

    to spend (time, money)

    Hoeveel geld besteed jij per maand aan boodschappen?

  • het bestedingspatroonB2

    spending pattern

    Het bestedingspatroon van huishoudens is verschoven.

  • bestellenA2

    bestelde · hebben besteld

    to order

    Zullen we pizza bestellen?

  • de bestellingA2

    order

    Uw bestelling is onderweg.

  • bestemmenB2

    bestemde · hebben bestemd

    to intend, to earmark

    Dit geld is bestemd voor de reparatie van het dak.