Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

7085 woorden · pagina 232 van 284

  • tweedehandsA2

    second-hand

    Ik heb mijn fiets tweedehands gekocht.

  • de tweelingA1

    twins

    Zij heeft een tweeling gekregen.

  • tweemaalB1

    twice

    Je moet dit medicijn tweemaal per dag innemen.

  • de tweestrijdB2

    inner conflict

    Zij zat in tweestrijd over het aanbod.

  • het tweetalB1

    pair, two (people)

    Het tweetal werkte de hele middag samen aan het project.

  • de twijfelB1

    doubt

    Er bestaat twijfel over de resultaten.

  • twijfelenA2

    twijfelde · hebben getwijfeld

    to doubt

    Ik twijfel nog over die opleiding.

  • het twijfelgevalB2

    borderline case

    Dit is duidelijk een twijfelgeval.

  • twintigA1

    twenty

    Het kost twintig euro.

  • het typeB1

    type, kind

    Welk type telefoon heb jij op dit moment?

  • typischA2

    typical

    Dat is typisch Nederlands.

  • de typografieB2

    typography

    Goede typografie valt niet op.

  • überhauptB1

    at all, anyway

    Weet je überhaupt waar hij woont?

  • de uiA1

    onion

    Van een ui moet ik huilen.

  • uitA1

    out of, from

    Ik kom uit Oekraïne.

  • uitbestedenB2scheidbaar

    besteedde uit · hebben uitbesteed

    to outsource

    Het bedrijf besteedt de administratie uit.

  • uitbouwenB1scheidbaar

    bouwde uit · hebben uitgebouwd

    to extend, to expand

    De buren willen hun keuken aan de achterkant uitbouwen.

  • uitbreidenB1scheidbaar

    breidde uit · hebben uitgebreid

    to expand, to extend

    Het bedrijf wil volgend jaar het team uitbreiden.

  • de uitbreidingB1

    expansion, extension

    De uitbreiding van het ziekenhuis is bijna klaar.

  • uitbrekenB1scheidbaaronregelmatig

    brak uit · braken uit · zijn uitgebroken

    to break out

    In de nacht brak er brand uit in de fabriek.

  • uitbrengenB1scheidbaaronregelmatig

    bracht uit · brachten uit · hebben uitgebracht

    to release, to publish

    De band brengt volgende maand een nieuw album uit.

  • de uitdagingB1

    challenge

    Een nieuwe taal leren is een grote uitdaging.

  • uitdelenA2scheidbaar

    deelde uit · hebben uitgedeeld

    to hand out, to distribute

    De juf deelt de boeken uit aan de kinderen.

  • uitdrukkelijkB1

    express, explicit

    Ik heb uitdrukkelijk gezegd dat ik niet mee wil.

  • uitdrukkenB1scheidbaar

    drukte uit · hebben uitgedrukt

    to express

    Het is moeilijk om mijn gevoelens in het Nederlands uit te drukken.