Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

5480 woorden · pagina 211 van 220

  • de wijzeB2

    manner, way (formal)

    Op deze wijze leer je de woorden sneller.

  • wijzenB1onregelmatig

    wees · wezen · hebben gewezen

    to point

    Zij wees naar het huis aan de overkant.

  • wildB1

    wild

    In dit park leven wilde paarden.

  • de wilgB2

    willow

    Langs de sloot staat een rij wilgen.

  • willenA1onregelmatig

    wilde · wilden · hebben gewild

    to want

    Ik wil graag koffie.

  • de wilskrachtB2

    willpower

    Met wilskracht alleen kom je er niet.

  • de wilsverklaringB2

    advance directive

    In een wilsverklaring leg je je wensen vast.

  • de windB1

    wind

    Er staat vandaag veel wind.

  • de windkrachtB1

    wind force

    Er wordt windkracht acht verwacht.

  • de windmolenB1

    windmill, wind turbine

    Langs de kust staan veel windmolens.

  • het windparkB2

    wind farm

    Het windpark op zee levert stroom voor een miljoen huishoudens.

  • de windrichtingB2

    wind direction

    De windrichting draait naar het noorden.

  • de windstootB2

    gust of wind

    Een windstoot blies de parasol om.

  • de winkelA2

    shop

    De winkel is op zondag gesloten.

  • het winkelcentrumA2

    shopping centre

    Het winkelcentrum is net verbouwd.

  • de winkeldiefstalB2

    shoplifting

    Winkeldiefstal wordt altijd gemeld bij de politie.

  • de winkelierA2

    shopkeeper

    De winkelier kent al zijn klanten.

  • de winkelketenA2

    retail chain

    Deze winkelketen heeft filialen door het hele land.

  • het winkelmandjeA2

    shopping basket

    Voor een paar dingen pak ik een winkelmandje.

  • het winkelpersoneelA2

    shop staff

    Het winkelpersoneel helpt je graag.

  • de winkeltijdenA2

    opening hours

    De winkeltijden staan op de deur.

  • de winkelvloerB2

    shop floor

    Zij begon op de winkelvloer.

  • de winkelwagenA2

    shopping trolley

    Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.

  • de winnaarA2

    winner

    De winnaar krijgt een prijs van honderd euro.

  • winnenA2onregelmatig

    won · wonnen · hebben gewonnen

    to win

    Wie heeft gisteren de wedstrijd gewonnen?