Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

6551 woorden · pagina 19 van 263

  • het bedrijfA1

    company

    Zij werkt bij een groot bedrijf.

  • de bedrijfsartsB2

    company doctor

    De bedrijfsarts adviseert over je terugkeer.

  • de bedrijfscultuurB1

    company culture

    De bedrijfscultuur hier is informeel.

  • de bedrijfshulpverleningB2

    in-house emergency response

    Hij is opgeleid voor bedrijfshulpverlening.

  • de bedrijfskledingA2

    company uniform

    De bedrijfskleding krijg je van je werkgever.

  • de bedrijfsleidingB2

    company management

    De bedrijfsleiding kondigde reorganisatie aan.

  • het bedrijfsongevalB2

    workplace accident

    Elk bedrijfsongeval moet gemeld worden.

  • de bedrijfsopleidingB2

    in-company training

    De bedrijfsopleiding duurt zes maanden.

  • het bedrijfsprocesB2

    business process

    Elk bedrijfsproces wordt jaarlijks doorgelicht.

  • de bedrijfsregelsA2

    company rules

    Lees de bedrijfsregels op je eerste werkdag.

  • het bedrijfsresultaatB2

    company result

    Het bedrijfsresultaat viel dit kwartaal tegen.

  • de bedrijfsstrategieB2

    business strategy

    De bedrijfsstrategie is voor vijf jaar vastgelegd.

  • de bedrijfstakB2

    branch of industry

    In deze bedrijfstak is de concurrentie hevig.

  • het bedrijfsuitjeA2

    company outing

    Volgende maand is het bedrijfsuitje.

  • de bedrijfsvoeringB2

    business operations

    De bedrijfsvoering is de laatste jaren efficiënter geworden.

  • beëindigenB1

    beëindigde · hebben beëindigd

    to end, to terminate

    De werkgever heeft het contract beëindigd.

  • de beekB2

    brook

    Door het bos loopt een beek.

  • het beeldB1

    image, picture; statue

    Het beeld op de televisie is niet scherp.

  • het beeldhouwwerkB2

    sculpture

    Op het plein staat een modern beeldhouwwerk.

  • de beeldkwaliteitB2

    image quality

    De beeldkwaliteit van de opname is slecht.

  • het beeldmateriaalB2

    visual material, footage

    Het beeldmateriaal was schokkend.

  • het beeldschermB2

    screen, display

    We kijken te lang naar een beeldscherm.

  • de beeldspraakB2

    figurative language

    Hij gebruikt veel beeldspraak in zijn toespraken.

  • de beeldvormingB2

    public perception

    De media beïnvloeden de beeldvorming over migranten.

  • het beenA1

    leg

    Hij heeft zijn been gebroken.