Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

6551 woorden · pagina 185 van 263

  • de schouderA1

    shoulder

    Mijn schouder doet pijn.

  • de schouwburgB2

    municipal theatre

    De schouwburg staat aan het plein.

  • schrappenB2

    schrapte · hebben geschrapt

    to cut, to delete

    Door bezuinigingen worden honderd banen geschrapt.

  • schreeuwenA2

    schreeuwde · hebben geschreeuwd

    to shout, to scream

    Je hoeft niet te schreeuwen, ik hoor je wel.

  • het schriftA2

    exercise book

    Schrijf de nieuwe woorden in je schrift.

  • het schriftelijkB1

    written

    Het examen bestaat uit een schriftelijk deel.

  • de schrijfopdrachtB2

    writing task

    De schrijfopdracht vraagt om een formele brief.

  • de schrijfstijlB1

    writing style

    Zijn schrijfstijl is helder en kort.

  • de schrijftaalB1

    written language

    Schrijftaal is formeler dan spreektaal.

  • de schrijfvaardigheidB1

    writing skill

    Schrijfvaardigheid oefen je door veel te schrijven.

  • schrijvenA1onregelmatig

    schreef · schreven · hebben geschreven

    to write

    Schrijf je naam op het formulier.

  • de schrijverA2

    writer, author

    Deze schrijver heeft al tien romans geschreven.

  • de schrikB2

    fright, shock

    Van de schrik liet zij het glas vallen.

  • schrikkenA2onregelmatig

    schrok · schrokken · zijn geschrokken

    to be startled, to get a fright

    Ik schrok van het harde geluid op straat.

  • de schroevendraaierB2

    screwdriver

    Ik zoek een kleinere schroevendraaier.

  • de schroomB2

    reticence, diffidence

    Zij sprak zonder schroom over haar fouten.

  • schuddenA2

    schudde · hebben geschud

    to shake

    Schud de fles goed voor gebruik.

  • schuilenB2

    schuilde · hebben geschuild

    to shelter, to take cover

    We schuilden onder een boom voor de regen.

  • schuivenB1onregelmatig

    schoof · schoven · hebben/zijn geschoven

    to push, to slide, to shift

    Kun je de tafel een beetje naar links schuiven?

  • de schuldA2

    debt

    Hij heeft schulden bij de bank.


    fault, blame

    Het was mijn schuld dat we te laat waren.

  • schuldbewustB2

    guilty-looking, contrite

    Hij keek schuldbewust naar de grond.

  • de schuldeiserB1

    creditor

    De schuldeiser wil een betalingsregeling.

  • de schuldenlastB2

    debt burden

    De schuldenlast van huishoudens is toegenomen.

  • het schuldgevoelB2

    feeling of guilt

    Hij had een schuldgevoel over zijn beslissing.

  • de schuldhulpverleningB2

    debt counselling

    De gemeente biedt schuldhulpverlening aan.