Woordenschat
7824 woorden · pagina 113 van 313
inbouwenB1scheidbaar
bouwde in · hebben ingebouwd
to build in, to install
In de nieuwe keuken bouwen we een vaatwasser in.
de inbraakB2
burglary
Na de inbraak liet hij nieuwe sloten plaatsen.
inbrekenB2scheidbaaronregelmatig
brak in · braken in · hebben ingebroken
to break in, to burgle
Terwijl wij op vakantie waren, is er bij ons ingebroken.
de inbrekerB2
burglar
De inbreker kwam binnen via een open raam.
de inburgeringA2
civic integration
De inburgering is verplicht voor veel nieuwkomers.
het inburgeringsexamenB1
civic integration exam
Zij is geslaagd voor het inburgeringsexamen.
de inburgeringsplichtA2
civic integration obligation
Voor veel nieuwkomers geldt een inburgeringsplicht.
de incassoB1
direct debit
De huur gaat via automatische incasso.
het incassobureauB2
debt collection agency
De rekening ging naar een incassobureau.
het incidentB2
incident
Bij het voetbalduel was er een vervelend incident.
de inclusieB2
inclusion
Inclusie gaat verder dan alleen toegang.
inclusiefB2
including
De prijs is inclusief btw en bezorging.
de INDA2
immigration service
De IND beslist over je verblijfsaanvraag.
indelenB1scheidbaar
deelde in · hebben ingedeeld
to divide, to classify, to arrange
De leerlingen worden in drie groepen ingedeeld.
de indelingB2
layout, division, classification
De indeling van het huis is erg praktisch.
inderdaadA2
indeed
Dat klopt inderdaad.
indertijdB1
in those days
Indertijd woonden mijn ouders in een klein dorp.
de indicatiestellingB2
care needs assessment
Zonder indicatiestelling krijg je geen zorg vergoed.
indienB2
if (formal)
Indien u niet reageert, vervalt het aanbod.
indienenB1scheidbaar
diende in · hebben ingediend
to submit, to file
U kunt uw aanvraag online indienen.
het individuB1
individual (person)
Volgens de wet heeft ieder individu dezelfde rechten.
individueelB1
individual
Elke leerling krijgt op deze school individuele begeleiding.
individueel leerplanB2
individual education plan
Voor hem is een individueel leerplan opgesteld.
de indrukB1
impression
Hij maakte een goede indruk tijdens het gesprek.
indrukwekkendB2
impressive
De tentoonstelling was indrukwekkend.

