Woordenschat
165 woorden · pagina 6 van 7
het zorgplanB1
care plan
In het zorgplan staat wie wat doet.
de zorgplichtB2
duty of care
De werkgever heeft een zorgplicht voor zijn personeel.
de zorgprofessionalB2
healthcare professional
Elke zorgprofessional volgt bijscholing.
de zorgsectorB2
care sector
De zorgsector kampt met hoge werkdruk.
de zorgstandaardB2
care standard
Er is een landelijke zorgstandaard voor diabetes.
het zorgstelselB2
healthcare system
Het Nederlandse zorgstelsel staat onder druk.
de zorgtoeslagA2
healthcare allowance
Met een laag inkomen krijg je zorgtoeslag.
de zorgverlenerB1
care provider
Bespreek dit met uw zorgverlener.
de zorgverleningB2
provision of care
De zorgverlening thuis wordt uitgebreid.
de zorgverzekeraarB2
health insurer
De zorgverzekeraar vergoedt deze behandeling niet.
de zorgverzekeringA2
health insurance
Een zorgverzekering is in Nederland verplicht.
de zorgvraagB2
demand for care
De zorgvraag stijgt door de vergrijzing.
zorgvuldigB2
careful, meticulous
Zij werkt langzaam maar zorgvuldig.
zorgwekkendB2
alarming
Zijn toestand is zorgwekkend.
het zoutA1
salt
Er zit te veel zout in.
salty
De soep is me veel te zout.
het zoutgehalteB2
salt content
Het zoutgehalte in kant-en-klaarmaaltijden is hoog.
zoveelA2
so much, so many
Ik heb nog nooit zoveel sneeuw gezien.
zoverB1
ready; so far
Ben je zover, kunnen we vertrekken?
zowelB1
both … and
Zowel mijn broer als mijn zus woont in Utrecht.
zuchtenB2
zuchtte · hebben gezucht
to sigh
Hij zuchtte diep en zei niets.
het zuidenA2
south
In het zuiden van Nederland is het vaak warmer.
de zuigelingB2
infant
Een zuigeling slaapt het grootste deel van de dag.
zulkB1
such
Zulk mooi weer hebben we lang niet gehad.
zullenA1onregelmatig
zou · zouden
shall, will
Zullen we koffie drinken?
de zusA1
sister
Ik bel mijn zus elke week.

