Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

269 woorden · pagina 3 van 11

  • het waterbeheerB2

    water management

    Nederland staat bekend om zijn waterbeheer.

  • de waterbergingB2

    water storage area

    Bij hevige regen is waterberging nodig.

  • de waterbesparingB2

    water saving

    Waterbesparing begint bij korter douchen.

  • de waterkeringB2

    flood defence

    De waterkering is versterkt.

  • de waterkwaliteitB1

    water quality

    De waterkwaliteit van de rivier is verbeterd.

  • de waterlinieB2

    defensive water line

    De waterlinie beschermde het land door onderwaterzetting.

  • de watermeterB2

    water meter

    De watermeter wordt jaarlijks opgenomen.

  • de wateroverlastB1

    flooding nuisance

    Na de storm was er wateroverlast in de kelder.

  • het waterpeilB1

    water level

    Het waterpeil in de polder wordt geregeld.

  • de waterschaarsteB2

    water shortage

    In droge zomers dreigt waterschaarste.

  • het waterschapB1

    water board

    Het waterschap beheert de dijken.

  • de waterstandB1

    water level

    De waterstand in de rivier is hoog.

  • de waterstofB2

    hydrogen

    Waterstof geldt als brandstof van de toekomst.

  • de watervalB2

    waterfall

    De waterval is dertig meter hoog.

  • het waterverbruikB1

    water consumption

    Ons waterverbruik is dit jaar gedaald.

  • het webinarB2

    webinar

    Het webinar wordt opgenomen.

  • de webshopA2

    online shop

    Ik bestel het liever in een webshop.

  • de websiteA2

    website

    De website van de gemeente is vernieuwd.

  • de webwinkelB2

    online shop

    De webwinkel bezorgt binnen twee dagen.

  • de wederopbouwB2

    post-war reconstruction

    De wederopbouw duurde tot in de jaren zestig.

  • de wedstrijdA1

    match, competition

    De wedstrijd begint om drie uur.

  • het wedstrijdschemaB2

    match schedule

    Het wedstrijdschema hangt in de kantine.

  • het wedstrijdverslagB2

    match report

    Het wedstrijdverslag stond de volgende dag in de krant.

  • de weekA1

    week

    Deze week werk ik thuis.

  • het weekbladB2

    weekly magazine

    Het weekblad staat vol achtergrondverhalen.