Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

264 woorden · pagina 3 van 11

  • technischB1

    technical

    Zij volgt een technische opleiding op het mbo.

  • de technologieA2

    technology

    Nieuwe technologie verandert de arbeidsmarkt.

  • de teenA1

    toe

    Ik stootte mijn teen tegen de tafel.

  • tegelijkA2

    at the same time

    Praat niet allemaal tegelijk.

  • tegelijkertijdB1

    at the same time (simultaneously, also: on the other hand)

    Ik kan niet koken en tegelijkertijd bellen.

  • tegenA1

    against; to (speaking to)

    Zij zegt iets tegen haar buurvrouw in de lift.

  • het tegenargumentB2

    counter-argument

    Op dat tegenargument had hij geen antwoord.

  • tegenoverA2

    opposite

    De bakker zit tegenover de kerk.

  • tegensprekenB2scheidbaaronregelmatig

    sprak tegen · spraken tegen · hebben tegengesproken

    to contradict

    Die cijfers spreken elkaar tegen.

  • de tegenstanderB1

    opponent

    Onze tegenstander was veel sterker dan wij.

  • de tegenstellingB2

    contrast, contradiction

    Er zit een tegenstelling in zijn verhaal.

  • de tegenvallerB2

    setback, unpleasant surprise

    De rekening van de tandarts was een flinke tegenvaller.

  • de tegenwerpingB2

    objection

    Hij had op elke tegenwerping een antwoord.

  • tegenwoordigA2

    nowadays

    Tegenwoordig werk ik vaker thuis.

  • het tegoedA2

    credit, balance

    Er staat nog tegoed op mijn kaart.

  • het tekenB1

    sign

    Een rode lucht is een teken van mooi weer.

  • tekenenA2

    tekende · hebben getekend

    to draw

    Mijn dochter tekent graag.

  • de tekstA1

    text

    Lees de tekst en beantwoord daarna de vragen.

  • de tekstschrijverB2

    copywriter

    De tekstschrijver werkt freelance.

  • de tekstsoortB2

    text type

    Elke tekstsoort heeft eigen conventies.

  • telefonischB2

    by telephone

    U krijgt telefonisch bericht.

  • de telefoonA1

    phone

    Mijn telefoon is leeg.

  • het telefoonabonnementB2

    phone contract

    Mijn telefoonabonnement loopt maandelijks af.

  • het telefoongesprekB1

    phone call

    Na het telefoongesprek was alles duidelijk.

  • teleurgesteldA2

    disappointed

    Hij was teleurgesteld in het resultaat.