Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

321 woorden · pagina 10 van 13

  • opnemenB1scheidbaaronregelmatig

    nam op · namen op · hebben opgenomen

    to answer (the phone); to record

    Ik bel hem al de hele dag, maar hij neemt niet op.


    to withdraw (money)

    Ik wil honderd euro van mijn rekening opnemen.

  • opnieuwA1

    again, anew

    Probeer het opnieuw.

  • de oppositieB2

    opposition

    De oppositie stemde tegen.

  • oprechtB2

    sincere

    Zijn excuses klonken oprecht.

  • oprichtenB2scheidbaar

    richtte op · hebben opgericht

    to found, to establish

    Zij heeft samen met haar zus een bedrijf opgericht.

  • de oproepB2

    call, appeal

    De politie doet een oproep aan getuigen om zich te melden.

  • de oproepkrachtB2

    on-call worker

    Als oproepkracht weet je nooit hoeveel je werkt.

  • opruimenA2scheidbaar

    ruimde op · hebben opgeruimd

    to tidy up

    Ruim je spullen even op.

  • opschrijvenA2scheidbaaronregelmatig

    schreef op · schreven op · hebben opgeschreven

    to write down

    Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?

  • de opsporingB2

    criminal investigation

    De opsporing van de daders duurde maanden.

  • opstellenB2scheidbaar

    stelde op · hebben opgesteld

    to draw up, to draft

    Samen stellen we een plan van aanpak op.

  • opsturenA2scheidbaar

    stuurde op · hebben opgestuurd

    to send (by post)

    Ik moet dit formulier vandaag nog naar de gemeente opsturen.

  • de optieB1

    option

    Je hebt twee opties: met de bus of met de trein.

  • optillenA2scheidbaar

    tilde op · hebben opgetild

    to lift up, to pick up

    Ik kan mijn zware koffer niet alleen optillen.

  • optimaliserenB2

    optimaliseerde · hebben geoptimaliseerd

    to optimise

    Het proces is verder geoptimaliseerd.

  • optredenA2scheidbaaronregelmatig

    trad op · traden op · hebben opgetreden

    to perform (on stage)

    De band treedt zaterdag op.


    het optreden

    performance

    Het optreden van de band duurde twee uur.

  • opvallenA2scheidbaaronregelmatig

    viel op · vielen op · zijn opgevallen

    to stand out, to strike one

    Het valt me op dat je beter spreekt.

  • opvallendB2

    striking, conspicuous

    Het is een opvallend gebouw.

  • opvliegendB2

    quick-tempered

    Hij heeft een opvliegend karakter.

  • de opvolgerB2

    successor

    Zijn opvolger begint in mei.

  • opwarmenA2scheidbaar

    warmde op · hebben opgewarmd

    to heat up

    Warm het eten even op in de magnetron.

  • de opwarmingB2

    warming

    De opwarming van de aarde gaat door.

  • de opwindingB2

    excitement

    Er heerste grote opwinding voor de wedstrijd.

  • de opzegbriefB2

    cancellation letter

    Stuur de opzegbrief ruim op tijd.

  • opzeggenA2scheidbaaronregelmatig

    zei op · zeiden op · hebben opgezegd

    to terminate, to cancel

    Ik wil mijn contract opzeggen.