Woordenschat
511 woorden · pagina 20 van 21
het bureauA2
desk; office, agency
Ik heb een bureau bij het raam in mijn kamer.
de bureaustoelB2
office chair
Stel je bureaustoel goed af.
de burenA2
neighbours
Onze buren zijn erg vriendelijk.
de burenruzieB2
dispute between neighbours
De burenruzie ging over een schutting.
de burgemeesterA2
mayor
De burgemeester opende de nieuwe brug.
de burgerA2
citizen
Elke burger heeft dezelfde rechten.
het burgerinitiatiefB1
citizens' initiative
Het burgerinitiatief kreeg veel handtekeningen.
het burgerlijkB2
civil
Dit valt onder het burgerlijk recht.
de burgerparticipatieB2
citizen participation
De gemeente zet in op burgerparticipatie.
de burgerplichtB1
civic duty
Belasting betalen is een burgerplicht.
het burgerrechtB1
civil right
Stemmen is een burgerrecht.
het burgerschapB2
citizenship
Burgerschap wordt op school onderwezen.
de burgerschapsvormingB2
citizenship education
Burgerschapsvorming is een schoolvak geworden.
het burgerservicenummerA2
citizen service number (BSN)
U hebt uw burgerservicenummer nodig.
de burgerzakenB1
civil affairs department
Voor een paspoort ga je naar Burgerzaken.
de burn-outB2
burnout
Zij zit al maanden thuis met een burn-out.
de busA2
bus
De bus stopt voor het station.
de busbaanB2
bus lane
De bus rijdt over een vrije busbaan.
de buschauffeurB2
bus driver
De buschauffeur wachtte nog even.
het bushokjeA2
bus shelter
We schuilden in het bushokje voor de regen.
het businessplanB2
business plan
Zonder businessplan krijg je geen lening.
de buslijnB1
bus route
Buslijn 12 stopt hier vlakbij.
de buspasA2
bus pass
Met een buspas reis je goedkoper.
de buurmanA1
neighbour (male)
De buurman helpt ons vaak.
de buurtA1
neighbourhood
Onze buurt is de laatste jaren veranderd.

