Vocabulario
4598 palabras · página 56 de 184
het gewichtB1
peso
Hij is de laatste tijd op gewicht gebleven.
de gewoonteA2
costumbre
Vroeg opstaan is een goede gewoonte.
het gewrichtB2
articulación
Mijn gewrichten doen 's ochtends pijn.
het gezagB1
autoridad (poder)
De politie heeft het gezag op straat.
de gezelligheidB1
ambiente agradable
Ik kom vooral voor de gezelligheid.
het gezelschapB1
compañía
Hij houdt van gezelschap.
het gezelschapsspelB1
juego de mesa
's Avonds doen we een gezelschapsspel.
het gezichtA1
cara
Was je gezicht met koud water.
de gezichtsuitdrukkingB2
expresión facial
Aan haar gezichtsuitdrukking zag ik het al.
het gezichtsvermogenB2
visión
Het gezichtsvermogen wordt jaarlijks gecontroleerd.
het gezinA1
familia (núcleo)
Ons gezin bestaat uit vier personen.
de gezinsherenigingB2
reagrupación familiar
Na gezinshereniging kwam zijn vrouw over.
de gezondheidB1
salud
Zorg goed voor je gezondheid.
het gezondheidsbeleidB2
política sanitaria
Het gezondheidsbeleid richt zich meer op preventie.
het gezondheidscentrumB1
centro de salud
In het gezondheidscentrum zitten meerdere huisartsen.
de gezondheidscheckB1
chequeo médico
Mijn werkgever betaalt een jaarlijkse gezondheidscheck.
het gezondheidseffectB2
efecto sobre la salud
Het gezondheidseffect van luchtvervuiling is aangetoond.
de gezondheidsklachtB1
problema de salud
Meld gezondheidsklachten altijd bij je huisarts.
de gezondheidsmonitorB2
monitor de salud
De gezondheidsmonitor verschijnt elke vier jaar.
het gezondheidsonderzoekB2
investigación sanitaria
Uit gezondheidsonderzoek blijkt een verband met leefstijl.
het gezondheidsprogrammaB2
programa de salud
Het gezondheidsprogramma richt zich op bewegen.
het gezondheidsrechtB2
derecho sanitario
Het gezondheidsrecht regelt de rechten van patiënten.
het gezondheidsrisicoB2
riesgo para la salud
Roken vormt een groot gezondheidsrisico.
de gezondheidstoestandA2
estado de salud
Zijn gezondheidstoestand is stabiel.
de gezondheidsvoorlichtingB1
educación para la salud
Scholen geven gezondheidsvoorlichting.

