Vocabulario
Filtros1
145 palabras · página 5 de 6
samenlevenB1separable
leefde samen · hebben samengeleefd
convivir
Samenleven met verschillende culturen vraagt inzet.
samenvattenB2separable
vatte samen · hebben samengevat
resumir
Kun je het kort samenvatten?
samenwerkenB1separable
werkte samen · hebben samengewerkt
colaborar
We moeten beter samenwerken.
samenwonenB2separable
woonde samen · hebben samengewoond
vivir juntos (en pareja)
Zij gaan volgend jaar samenwonen.
schoonmakenA2separable
maakte schoon · hebben schoongemaakt
limpiar
Op zaterdag maak ik het huis schoon.
tegensprekenB2separableirregular
sprak tegen · spraken tegen · hebben tegengesproken
contradecir
Die cijfers spreken elkaar tegen.
terugbellenB1separable
belde terug · hebben teruggebeld
devolver la llamada
Kunt u mij vanmiddag terugbellen?
terugbetalenA2separable
betaalde terug · hebben terugbetaald
devolver (dinero)
Ik betaal je volgende week terug.
terugkerenB1separable
keerde terug · zijn teruggekeerd
regresar, volver
Na de vakantie keerde hij terug naar Nederland.
terugkomenA2separableirregular
kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen
volver
Hij komt volgende week terug.
thuisblijvenA2separableirregular
bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven
quedarse en casa
Ik blijf vandaag thuis.
thuiswerkenB2separable
werkte thuis · hebben thuisgewerkt
teletrabajo
Twee dagen thuiswerken is nu normaal.
toegevenB1separableirregular
gaf toe · gaven toe · hebben toegegeven
admitir
Ze gaf toe dat ze fout zat.
ceder
Uiteindelijk gaf hij toe aan de druk van zijn collega's.
toelichtenB2separable
lichtte toe · hebben toegelicht
explicar en detalle
Kunt u uw standpunt toelichten?
toepassenB2separable
paste toe · hebben toegepast
aplicar
Pas de regel toe op deze zin.
toestaanA2separableirregular
stond toe · stonden toe · hebben toegestaan
permitir
Honden zijn hier niet toegestaan.
toevoegenB1separable
voegde toe · hebben toegevoegd
añadir
Voeg nog een beetje zout aan de soep toe.
uitbestedenB2separable
besteedde uit · hebben uitbesteed
subcontratar
Het bedrijf besteedt de administratie uit.
uitbreidenB1separable
breidde uit · hebben uitgebreid
ampliar, extender
Het bedrijf wil volgend jaar het team uitbreiden.
uitbrengenB2separableirregular
bracht uit · brachten uit · hebben uitgebracht
sacar, publicar
De band brengt volgende maand een nieuw album uit.
uiteenzettenB2separable
zette uiteen · hebben uiteengezet
exponer
Hij zette zijn plan uitgebreid uiteen.
uitgaanB1separableirregular
ging uit · gingen uit · zijn uitgegaan
salir (de fiesta)
Vroeger gingen we elk weekend uit.
partir de, dar por supuesto
We gaan ervan uit dat iedereen op tijd komt.
uitgevenA2separableirregular
gaf uit · gaven uit · hebben uitgegeven
gastar
Ik geef te veel geld uit aan eten.
publicar, editar
Die uitgeverij geeft vooral kinderboeken uit.
uitkomenA2separableirregular
kwam uit · kwamen uit · zijn uitgekomen
venir bien
Komt dinsdag jou goed uit?
resultar, salir a la luz
Later kwam uit dat de cijfers niet klopten.
uitleggenB1separable
legde uit · hebben uitgelegd
explicar
Kun je dat nog een keer uitleggen?

