Vocabulario
Filtros1
145 palabras · página 4 de 6
opbergenA2separableirregular
borg op · borgen op · hebben opgeborgen
guardar (en su sitio)
Berg je spullen op in de kast.
opbeurenB2separable
beurde op · hebben opgebeurd
animar
Een kaartje kan iemand echt opbeuren.
opgevenB2separableirregular
gaf op · gaven op · hebben opgegeven
rendirse
Na drie pogingen gaf hij het op.
indicar, facilitar (datos)
Geef je gegevens op bij de inschrijving.
ophalenA2separable
haalde op · hebben opgehaald
recoger
Ik haal je om zeven uur op.
oplettenA2separable
lette op · hebben opgelet
prestar atención
Let goed op bij het oversteken.
oplossenB1separable
loste op · hebben opgelost
resolver; disolver
Samen kunnen we dit probleem vast oplossen.
opluchtenB2separable
luchtte op · hebben opgelucht
aliviar
De uitslag luchtte hem enorm op.
opmerkenB2separable
merkte op · hebben opgemerkt
señalar
Zij merkte terecht op dat de cijfers oud zijn.
observar, comentar
Hij merkte op dat de tekst te lang was.
opnemenB1separableirregular
nam op · namen op · hebben opgenomen
contestar (el teléfono); grabar
Ik bel hem al de hele dag, maar hij neemt niet op.
retirar (dinero)
Ik wil honderd euro van mijn rekening opnemen.
oprichtenB2separable
richtte op · hebben opgericht
fundar
Zij heeft samen met haar zus een bedrijf opgericht.
opruimenA2separable
ruimde op · hebben opgeruimd
ordenar
Ruim je spullen even op.
opschrijvenA2separableirregular
schreef op · schreven op · hebben opgeschreven
apuntar, anotar
Kun je je telefoonnummer even voor mij opschrijven?
opstellenB2separable
stelde op · hebben opgesteld
redactar, elaborar
Samen stellen we een plan van aanpak op.
opsturenA2separable
stuurde op · hebben opgestuurd
enviar (por correo)
Ik moet dit formulier vandaag nog naar de gemeente opsturen.
optillenA2separable
tilde op · hebben opgetild
alzar
Ik kan mijn zware koffer niet alleen optillen.
optredenA2separableirregular
trad op · traden op · hebben opgetreden
actuar
De band treedt zaterdag op.
het optreden
actuación
Het optreden van de band duurde twee uur.
opvallenA2separableirregular
viel op · vielen op · zijn opgevallen
llamar la atención
Het valt me op dat je beter spreekt.
opwarmenA2separable
warmde op · hebben opgewarmd
calentar
Warm het eten even op in de magnetron.
opzeggenA2separableirregular
zei op · zeiden op · hebben opgezegd
rescindir, cancelar
Ik wil mijn contract opzeggen.
opzoekenA2separableirregular
zocht op · zochten op · hebben opgezocht
consultar, buscar (en un diccionario, un mapa)
Zoek het woord even op.
ir a ver, visitar (a alguien)
Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.
overboekenB1separable
boekte over · hebben overgeboekt
transferir
Ik heb het bedrag gisteren overgeboekt.
overnemenB1separableirregular
nam over · namen over · hebben overgenomen
asumir, hacerse cargo de
Kun jij mijn dienst morgen overnemen?
overstappenA2separable
stapte over · zijn overgestapt
hacer transbordo
In Utrecht moet je overstappen.
cambiarse (a otro proveedor)
Veel mensen stappen over naar een goedkopere zorgverzekering.
overstekenB1separableirregular
stak over · staken over · zijn overgestoken
cruzar
Steek hier voorzichtig over.
plaatsvindenB1separableirregular
vond plaats · vonden plaats · hebben plaatsgevonden
tener lugar
De bijeenkomst vindt plaats in het buurthuis.

