Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4398 palabras · página 31 de 176

  • de concurrentB2

    competidor

    Onze concurrent verkoopt dezelfde producten goedkoper.

  • de concurrentieB2

    competencia (entre empresas)

    De concurrentie in deze sector is hevig.

  • het concurrentiebedingB2

    cláusula de no competencia

    Het concurrentiebeding geldt twee jaar.

  • de concurrentiepositieB2

    posición competitiva

    De concurrentiepositie van het bedrijf verzwakt.

  • de conditieB1

    forma física; condición

    Door elke dag te wandelen blijf ik in goede conditie.

  • de condoleanceB2

    pésame

    De condoleance is voorafgaand aan de dienst.

  • de conducteurA2

    revisor

    De conducteur controleerde de kaartjes.

  • de conferentieB1

    conferencia (congreso)

    De minister spreekt op een conferentie over klimaat.

  • het conflictA2

    conflicto

    Het conflict liep hoog op.

  • het congresB1

    congreso

    Zij spreekt volgende week op een congres over zorg.

  • de conjunctuurB2

    coyuntura económica

    De conjunctuur zwakt dit jaar af.

  • de connotatieB2

    connotación

    Dat woord heeft een negatieve connotatie.

  • de consequentieB2

    consecuencia (implicación)

    Zijn keuze heeft grote consequenties voor het gezin.

  • de conservatorB2

    conservador de museo

    De conservator koos de werken uit.

  • de constructieB1

    construcción, estructura

    De constructie van de brug is heel stevig.

  • het consultB1

    consulta

    Een consult duurt ongeveer tien minuten.

  • het consultatiebureauA2

    centro de salud infantil

    Op het consultatiebureau wordt je kind gewogen.

  • de consumentB2

    consumidor

    De consument betaalt uiteindelijk de rekening.

  • de consumentenbondB2

    asociación de consumidores

    De consumentenbond testte tien modellen.

  • het consumentenrechtB2

    derecho del consumidor

    Het consumentenrecht beschermt je bij een miskoop.

  • het consumentenvertrouwenB2

    confianza del consumidor

    Het consumentenvertrouwen is licht gestegen.

  • de consumptieB2

    consumo

    De consumptie van huishoudens daalde licht.

  • het contactA1

    contacto

    Ik heb nog geen contact met hem gehad.

  • het contactformulierB1

    formulario de contacto

    Vul het contactformulier op de website in.

  • de contactlensB2

    lentilla

    Hij draagt liever contactlenzen dan een bril.