Vocabulario
505 palabras · página 3 de 21
boosA2
enfadado
Hij was boos op zijn collega.
brandalarmB2
alarma de incendios
Bij brandalarm verlaat u direct het gebouw.
breedA1
ancho
Dit is een brede straat.
breekbaarB2
frágil
Let op: breekbaar.
bruinA1
marrón
Ik eet liever bruin brood.
buigzaamB2
flexible, maleable
Het materiaal is licht en buigzaam.
buitenlandsB1
extranjero
Op onze school leren veel buitenlandse studenten Nederlands.
centraalB1
central
Het hotel ligt centraal, vlak bij het station.
chronischB2
crónico
Zij heeft een chronische aandoening.
circulairB2
circular
In een circulaire economie wordt bijna alles hergebruikt.
commercieelB2
comercial
Dit is een commerciële zender met veel reclame.
compleetB1
completo (con todo)
Is de lijst met namen nu compleet?
complexB2
complejo
Het belastingsysteem is complex en lastig te begrijpen.
contactloosB2
sin contacto
Tot vijftig euro betaal je contactloos.
contantA2
en efectivo
Wij nemen geen contant geld aan.
creatiefB1
creativo
Mijn dochter is heel creatief, ze tekent de hele dag.
cultureelB1
cultural
In de stad zijn veel culturele activiteiten in het weekend.
dankbaarB2
agradecido
Ik ben je heel dankbaar voor je hulp.
definitiefB2
definitivo
Het besluit is definitief, er verandert niets meer.
dergelijkB2
semejante
Een dergelijke situatie hebben wij nog nooit meegemaakt.
dichtA1
cerrado
Op zondag zijn de winkels dicht.
diepA2
profundo
Het water is hier te diep om te staan.
diervriendelijkB2
respetuoso con los animales
Zij koopt alleen diervriendelijk vlees.
digitaalA2
digital
Het examen wordt digitaal afgenomen.
dikA1
grueso
Trek een dikke jas aan.

