Vocabulario
4398 palabras · página 28 de 176
de carrièreB1
carrera profesional
Zij wil een carrière in de zorg opbouwen.
de cassatieB2
casación
In cassatie wordt alleen naar het recht gekeken.
de catalogusB2
catálogo
Zoek de titel in de catalogus.
de categorieB1
categoría
In welke categorie valt dit product?
de cdA2
CD, disco compacto
Mijn vader luistert in de auto nog naar een cd.
de celB1
célula; celda
Het menselijk lichaam bestaat uit miljarden cellen.
de celstrafB2
pena de prisión
De rechter legde een celstraf op.
het cementB2
cemento
Er is nog een zak cement over.
de censuurB2
censura
In dat land bestaat censuur op de pers.
de centA1
céntimo
Een kop koffie kost hier twee euro en vijftig cent.
de centimeterA2
centímetro
De tafel is tachtig centimeter breed.
het centrumA1
centro (de la ciudad)
Ik woon tien minuten van het centrum.
het certificaatB1
certificado
Na de cursus krijg je een certificaat.
de certificeringB2
certificación
De certificering wordt jaarlijks getoetst.
de cesuurB2
umbral de aprobado
De cesuur ligt dit jaar bij 60 procent.
de champignonA1
champiñón
In de saus zitten champignons.
de chaosB1
caos
Door de staking was het chaos op het station.
de chauffeurA2
conductor
Vraag het even aan de chauffeur.
de chefB1
jefe (en el trabajo)
Mijn chef vindt het goed dat ik eerder ga.
chef, jefe de cocina
De chef van het restaurant maakt zelf de soep.
de chirurgB2
cirujano
De chirurg legde de ingreep uit.
de chocoladeA1
chocolate
Zij houdt van donkere chocolade.
de christenB1
cristiano
Mijn buurman is christen en gaat elke zondag naar de kerk.
het christendomB2
cristianismo
Het christendom is in Nederland lang de grootste godsdienst geweest.
het cijferB1
nota
Ik heb een goed cijfer gehaald.
de cijferlijstA2
lista de notas
Op de cijferlijst staan al je resultaten.

