Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4398 palabras · página 26 de 176

  • het buitenlandbeleidB2

    política exterior

    Het buitenlandbeleid is de laatste jaren gewijzigd.

  • de buitenlanderB1

    extranjero (persona)

    In deze wijk wonen veel buitenlanders en Nederlanders samen.

  • de buitenruimteA2

    espacio exterior

    De woning heeft geen buitenruimte.

  • de buitensportB1

    deporte al aire libre

    Buitensport is gezond, ook in de winter.

  • de bundelB2

    poemario; manojo

    Zij heeft een bundel gedichten uitgegeven.

  • het bureauA2

    escritorio; oficina, agencia

    Ik heb een bureau bij het raam in mijn kamer.

  • de bureaustoelB2

    silla de oficina

    Stel je bureaustoel goed af.

  • de burenA2

    vecinos

    Onze buren zijn erg vriendelijk.

  • de burenruzieB2

    disputa vecinal

    De burenruzie ging over een schutting.

  • de burgemeesterA2

    alcalde

    De burgemeester opende de nieuwe brug.

  • de burgerA2

    ciudadano

    Elke burger heeft dezelfde rechten.

  • het burgerinitiatiefB1

    iniciativa ciudadana

    Het burgerinitiatief kreeg veel handtekeningen.

  • de burgerparticipatieB2

    participación ciudadana

    De gemeente zet in op burgerparticipatie.

  • de burgerplichtB1

    deber ciudadano

    Belasting betalen is een burgerplicht.

  • het burgerrechtB1

    derecho ciudadano

    Stemmen is een burgerrecht.

  • het burgerschapB2

    ciudadanía

    Burgerschap wordt op school onderwezen.

  • de burgerschapsvormingB2

    educación para la ciudadanía

    Burgerschapsvorming is een schoolvak geworden.

  • het burgerservicenummerA2

    número de servicio ciudadano

    U hebt uw burgerservicenummer nodig.

  • de burgerzakenB1

    registro civil

    Voor een paspoort ga je naar Burgerzaken.

  • de burn-outB2

    burnout

    Zij zit al maanden thuis met een burn-out.

  • de busA2

    autobús

    De bus stopt voor het station.

  • de busbaanB2

    carril bus

    De bus rijdt over een vrije busbaan.

  • de buschauffeurB2

    conductor de autobús

    De buschauffeur wachtte nog even.

  • het bushokjeA2

    marquesina

    We schuilden in het bushokje voor de regen.

  • het businessplanB2

    plan de negocio

    Zonder businessplan krijg je geen lening.