Vocabulario
4398 palabras · página 20 de 176
de bezettingB2
ocupación
De bezetting duurde vijf jaar.
plantilla (personal disponible)
Door de lage bezetting moet u vandaag langer wachten.
de bezienswaardigheidB1
lugar de interés
De grachten zijn de bekendste bezienswaardigheid.
de bezittingB2
pertenencia, posesión
Bij de brand verloren ze al hun bezittingen.
het bezoekA1
visita
We krijgen vanavond bezoek.
de bezoekerA2
visitante
Elke bezoeker krijgt bij de ingang een plattegrond.
het bezoekuurA2
horario de visitas
Het bezoekuur is van twee tot vier.
de bezorgdheidB2
preocupación
Er is bezorgdheid over de gevolgen.
de bezorgdienstB2
servicio de reparto
De bezorgdienst komt tussen vier en zes.
de bezorgkostenA2
gastos de envío
Boven de dertig euro betaal je geen bezorgkosten.
de bezuinigingB2
recorte presupuestario
De bezuinigingen treffen vooral het onderwijs.
het bezwaarB1
objeción, recurso
U kunt binnen zes weken bezwaar maken tegen dit besluit.
het bezwaarschriftB1
escrito de alegaciones
U kunt binnen zes weken een bezwaarschrift indienen.
de bezwaartermijnB2
plazo de recurso
De bezwaartermijn is zes weken.
de bibliografieB2
bibliografía
De bibliografie beslaat tien pagina's.
de bibliotheekA2
biblioteca
De bibliotheek is op zondag gesloten.
de bibliotheekpasB2
carné de biblioteca
Zonder bibliotheekpas kun je niets lenen.
het bierA2
cerveza
Op het terras drinkt hij een glas bier.
de bijbaanA2
trabajo secundario
Naast mijn studie heb ik een bijbaan.
de bijbelB1
Biblia
Mijn oma leest elke avond in de bijbel.
de bijdrageA2
aportación
Iedereen betaalt een eigen bijdrage.
de bijeenkomstB1
reunión, encuentro
De gemeente organiseert een bijeenkomst voor nieuwe inwoners.
het bijenvolkB2
colonia de abejas
Een bijenvolk telt tienduizenden bijen.
de bijlageB1
adjunto
In de bijlage vindt u mijn cv.
de bijlesB1
clases de apoyo
Hij krijgt bijles voor Nederlands.
de bijnaamB1
apodo
Op school had hij een grappige bijnaam.

