Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4887 palabras · página 196 de 196

  • de zuigelingB2

    lactante

    Een zuigeling slaapt het grootste deel van de dag.

  • de zusA1

    hermana

    Ik bel mijn zus elke week.

  • de zusterB2

    enfermera; hermana; monja

    De zuster in het ziekenhuis bracht mij een glas water.

  • de zuurstofB2

    oxígeno

    De patiënt kreeg extra zuurstof via een slangetje.

  • de zwaanB2

    cisne

    De zwaan verdedigt haar jongen.

  • de zwaartekrachtB2

    gravedad

    Zonder zwaartekracht zweeft alles.

  • de zwagerA1

    cuñado

    Mijn zwager woont in Rotterdam.

  • de zwangerschapB2

    embarazo

    Tijdens de zwangerschap ging zij minder werken.

  • het zweetB2

    sudor

    Na de training stond het zweet op zijn voorhoofd.

  • het zwembadB1

    piscina

    Het zwembad is op maandag gesloten.

  • het zwerfafvalB2

    basura dispersa

    Vrijwilligers ruimen het zwerfafval op.

  • de zzp'erB2

    trabajador por cuenta propia sin empleados

    Steeds meer bouwvakkers werken als zzp'er.