Vocabulario
4887 palabras · página 192 de 196
de zangeresB2
cantante (mujer)
De zangeres kreeg een groot applaus na haar lied.
de zaterdagA1
sábado
Op zaterdag doe ik boodschappen.
het zebrapadA2
paso de cebra
Steek over bij het zebrapad.
de zeeA1
mar
De zee is vandaag onrustig.
de zeearmB2
brazo de mar
De zeearm werd afgesloten met een dam.
de zeefB2
colador
Giet de pasta af in een zeef.
de zeepA1
jabón
Was je handen met zeep.
de zeespiegelB2
nivel del mar
De zeespiegel stijgt langzaam.
de zeespiegelstijgingB2
subida del nivel del mar
Zeespiegelstijging bedreigt laaggelegen landen.
de zeevaartB2
navegación marítima
De zeevaart bracht het land welvaart.
de zegeB2
triunfo
Het Nederlands elftal behaalde een mooie zege.
de zegenB1
bendición
Na die droge zomer was de regen een zegen.
het zeilB1
vela (de barco)
De boot heeft een groot wit zeil.
de zekerheidB1
seguridad, certeza
Een vast contract geeft meer zekerheid.
het zelfbeeldB2
autoimagen
Sociale media beïnvloeden het zelfbeeld van jongeren.
de zelfbeheersingB2
autocontrol
Hij verloor even zijn zelfbeheersing.
de zelfmoordB1
suicidio
Wie aan zelfmoord denkt, kan anoniem met een hulplijn praten.
de zelfredzaamheidB2
autonomía personal
De zorg is gericht op zelfredzaamheid van de patiënt.
de zelfscankassaB2
caja de autopago
Bij de zelfscankassa is bijna nooit rij.
de zelfspotB2
autoironía
Zelfspot maakt iemand sympathiek.
de zelfstandigeB2
trabajador autónomo
Als zelfstandige regel je je eigen pensioen.
de zelfstandigheidB1
autonomía
De functie vraagt veel zelfstandigheid.
de zelfstudieB1
autoaprendizaje
Naast de les doe ik veel zelfstudie.
het zelfvertrouwenB1
confianza en uno mismo
Door de cursus kreeg ze meer zelfvertrouwen.
de zenderB2
canal
Deze zender brengt vooral documentaires.

