Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4598 palabras · página 179 de 184

  • de wolfB1

    lobo

    Sinds een paar jaar leeft de wolf weer in Nederland.

  • de wolkB1

    nube

    Er hangen donkere wolken.

  • de wondA1

    herida

    Maak de wond eerst schoon.

  • de wondgenezingB1

    cicatrización

    De wondgenezing verloopt goed.

  • de wondverzorgingA2

    cura de la herida

    De verpleegkundige doet de wondverzorging.

  • de woningA2

    vivienda

    Een betaalbare woning vinden is moeilijk.

  • de woningcorporatieA2

    empresa de vivienda social

    De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.

  • de woonadresA2

    domicilio

    Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.

  • het wooncomplexB2

    complejo residencial

    Het wooncomplex telt honderd appartementen.

  • de woonkamerA1

    salón

    De woonkamer is het grootst.

  • de woonlastenB1

    gastos de vivienda

    De woonlasten zijn dit jaar flink gestegen.

  • de woonoverlastB2

    molestias vecinales

    Bij woonoverlast kun je de verhuurder inschakelen.

  • de woonplaatsA2

    localidad de residencia

    Vul je naam, adres en woonplaats in.

  • de woonruimteA2

    espacio habitable

    Woonruimte is in deze stad schaars.

  • het woordA1

    palabra

    Ik ken dit woord nog niet.

  • het woordenboekA2

    diccionario

    Zoek het woord op in het woordenboek.

  • de woordenschatB2

    vocabulario

    Voor B2 heb je een brede woordenschat nodig.

  • het woordgebruikB2

    uso del léxico

    Zijn woordgebruik is opvallend formeel.

  • de woordgrapB2

    juego de palabras

    Een woordgrap is bijna niet te vertalen.

  • de woordkeuzeB1

    elección de palabras

    Let op je woordkeuze in een formele brief.

  • de woordvoerderB2

    portavoz

    De woordvoerder gaf geen commentaar.

  • de woordvolgordeB2

    orden de las palabras

    In een bijzin verandert de woordvolgorde.

  • de workshopB2

    taller

    Ik volg zaterdag een workshop over solliciteren.

  • de worstA1

    salchicha

    Bij de slager kocht ik worst.

  • de wortelA1

    zanahoria

    Doe de wortels in de soep.


    raíz

    De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.